Vonnis van 22 november 2017 Behorend bij A.R. 3049 van 2017/AUA201600654 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [naam eiser 1] [naam eiser 2] wonende te [land], domicilie kiezende te Aruba, ten kantore van hun gemachtigde, eisers, hierna ook te noemen: [eisers], gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp, tegen: [naam gedaagde 1] [naam gedaagde 2] wonende te Aruba, gedaagden, hierna ook te noemen: [gedaagden], procederend in persoon. 1DE VERDERE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 april 2017; - de brief van 5 juni 2017 met productie aan de zijde van [eisers]; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van het de comparitie na antwoord d.d. 7 juni 2017; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ eisers] zijn eigenaar van een woonhuis gelegen te [adres] te Aruba. 2.2 Dit huis is per 15 februari 2013 voor de duur van een jaar verhuurd aan [verhuurder] voor een huurprijs van USD 1.000,00 per maand. 2.3 Op 5 maart 2012 heeft [eisers] [gedaagde 1], hierna te noemen [gedaagde 1], krachtens schriftelijke volmacht, gemachtigd om ten aanzien van het woonhuis [adres], alle zaken te regelen met betrekking tot huur, huurovereenkomsten, reparaties en utiliteiten. 2.4 Bij brief van 11 augustus 2016 hebben [eisers] [gedaagden] gesommeerd om de geïncasseerde huurpenningen ad USD 15.000,00 aan hen door te betalen. Tevens sommeert [eisers] [gedaagden] om een bedrag van USD 6.000,00 te voldoen, omdat [gedaagden] twee airco’s alsmede slaapkamermeubilair uit de woning zou hebben weggehaald. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ eisers] vorderen - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van US$ 21.000,00, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant Afl. 37.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2015 en vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad AWG 5.670,00 en met veroordeling van [gedaagden] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 [ eisers] baseren de vordering op bovenstaand feitencomplex. 3.3 [ gedaagden] voeren hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Hoewel de volmacht uitsluitend is verstrekt aan [gedaagde 1] is tussen partijen niet in geschil dat [gedaagden] tezamen de huurpenningen hebben geïnd van de woning gelegen te [adres] te Aruba. 4.2 [ eisers] hebben onweersproken gesteld dat [gedaagden] erkennen dat zij de huurpenningen in de periode augustus 2013 tot en met oktober 2014 hebben geïncasseerd, doch dezen niet hebben afgedragen aan [eisers] Dit betreft een periode van 15 maanden. Uitgaande van een huurprijs van USD 1.000,00 per maand, hebben [gedaagden] ten onrechte een bedrag van USD 15.000,00 niet afgedragen aan [eisers]. 4.3 [ gedaagden] hebben gedurende de tijd dat zij de woning voor [eisers] in beheer hadden, slechts twee betalingen verricht, te weten op 12 juni 2013 een bedrag ad USD 969,44 met omschrijving ‘rent of May 2013’ en een op 16 augustus 2013 van ad USD 2.876,49 met omschrijving ‘rent [adres]. 4.4 Hoewel de omschrijving van de betaling op 16 augustus 2013 anders doet vermoeden, houdt het gerecht het ervoor dat deze toch betrekking heeft op de woning gelegen te [adres], nu gesteld noch gebleken is dat gedaagden tevens een woning gelegen te [adres] voor [eisers] in beheer hadden. 4.5 [ eisers] hebben voorts onweersproken gesteld dat met [gedaagden] een betalingsregeling is getroffen, inhoudende dat [gedaagden] het totaal bedrag van USD 15.000,00 in twee termijnen zouden terug betalen. De eerste in oktober 2014, de tweede in januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.