← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:944

Beschikking van 5 december 2017 Behorend bij EJ nr. 443 van 2017 / AUA201701586 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Verzoeker] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, in persoon, tegen [Verweerster] , wonende in Aruba, VERWEERSTER, hierna de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg. Belanghebbenden: [minderjarige sub 1], [minderjarige sub 2], de minderjarigen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 3 maart 2017, het verweerschrift, ingediend op 2 mei 2017, het verhoor van de minderjarige [minderjarige sub 1], op 26 april 2017, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 2 mei 2017, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen en de moeder bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A. Emmanuel, het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 1 september 2017, de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling op 24 oktober 2017, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen en de moeder bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw S. Figaroa. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN De minderjarige [minderjarige sub 1] is op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] uit de moeder geboren. De minderjarige [minderjarige sub 2] is op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] uit de moeder geboren. De minderjarigen zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit. 3HET VERZOEK Het - ter zitting gewijzigd - verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader gezamenlijk met de moeder dan wel alleen met het gezag over de minderjarigen wordt belast. Tevens verzoekt de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. 4.2 Het gerecht heeft ter zitting van 2 mei 2017 aan de Voogdijraad verzocht om een onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen, ter beantwoording van de vraag of in dit geval een onaanvaardbaar risico voor de minderjarigen bestaat dat zij klem of verloren zouden raken tussen de ouders, indien de ouders het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen, bij welke ouder de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in hun belang dient te worden bepaald en op welke wijze invulling dient te worden gegeven aan het omgangsrecht van de ouders. In zijn rapport van 5 september 2017 adviseert de Voogdijraad om partijen gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten, om het hoofdverblijf van [minderjarige sub 1] bij de vader te bepalen en het hoofdverblijf van [minderjarige sub 2] bij de moeder. Tevens adviseert de Voogdijraad om de navolgende omgangsregeling te bepalen tussen de minderjarigen en de ouders. 4.3 Ter zitting van 24 oktober 2017 hebben partijen aangegeven dat zij instemmen met het advies van de Voogdijraad. Het gerecht is van oordeel dat het advies van de Voogdijraad in het belang is van de minderjarigen en zal dienovereenkomstig beslissen. 5DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt dat de vader, [verzoeker], voortaan gezamenlijk met de moeder, [verweerster], het gezag over [minderjarige sub 1], geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] en [minderjarige sub 2], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats], zal uitoefenen, bepaalt de woonplaats (hoofdverblijf) van de minderjarige [minderjarige sub 1] bij de vader en van de minderjarige [minderjarige sub 2] bij de moeder, bepaalt de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige [minderjarige sub 1] als volgt: om de week (week 1) op zaterdag en zondag, bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige [minderjarige sub 2] als volgt: om de week (week 2) op zaterdag en zondag, bepaalt dat partijen in onderling overleg de omgangsregeling op de verjaardag van de minderjarigen zullen afspreken, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, ter zitting van 5 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.