← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:966

Vonnis van 6 december 2017 Behorend bij B.B. nr. 1332 van 2017 / AUA201701276 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], wonende in de Verenigde Staten, EISER, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: dhr. [gemachtigde], tegen: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, te [adres], GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 20 september 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2017. Ter zitting zijn toen verschenen [eiser] samen met zijn gevolmachtigde (dhr. [gemachtigde]) en [gedaagde] in persoon. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] beveelt om aan [eiser] te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met

(1)wettelijke rente gerekend vanaf 16 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en
(2)met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens. 2.2 [ gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [eiser] verzochte 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna verder besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Ter zitting heeft [eiser] nader gesteld dat de betalingsbewijzen waarop [gedaagde] zich beroept zien op een andere door [eiser] aan haar verstrekte lening, en dat naast die lening [eiser] op enig in het verleden gelegen moment een nadere lening ad Afl. 10.000,-- aan [gedaagde] heeft verstrekt. Die eveneens door [gedaagde] gemotiveerd bestreden stelling mist voldoende feitelijke grondslag, en wordt daarom gepasseerd. Met name is gesteld noch gebleken wanneer en hoe precies die beweerdelijke nadere lening is verstrekt aan [gedaagde]. Daar komt nog bij dat [eiser] geen bewijslevering in de zin van het bepaalde in het eerste lid van artikel 145 Rv heeft verzocht of aangeboden. 3.3 Vorenstaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. 3.4 [ eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [gedaagde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener. 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -wijst af het door [eiser] verzochte; -veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.