Vonnis van 13 december 2017 Behorend bij A.R. 1521 van 2017 / AUA201701554 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident in de zaak van: de naamloze vennootschap GALLOW CORPORATION N.V. te Curaçao, hierna ook te noemen: Gallow, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. tegen de rechtspersoon naar vreemd recht EAB HOLDINGS, Britse Maagdeneilanden, en de naamloze vennootschap ISLAND HOMES N.V. te Aruba, hierna ook te noemen: EAB c.s., respectievelijk EAB en Island Homes, gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, en de rechtspersoon naar vreemd recht ARASHI INVESTMENTS LLC., te Darndanelle (Verenigde Staten van Amerika), hierna ook te noemen: Arashi, gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - de incidentele conclusie van Gallow; - de conclusie van antwoord in het incident van EAB c.s.; - de conclusie van antwoord in het incident van Arashi. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen partijen wordt geprocedeerd over – kort gezegd – de gevolgen van een al dan niet nagekomen aandelenkoop. 2.2 In die procedure onder nummer A.R. 1356 van 2016 is Gallow bij vonnis van 18 januari 2017 veroordeeld om aan EAB c.s. in afschrift een aantal schrifturen over te leggen op straffe van een dwangsom. 3DE VORDERING EN HET VERWEER 3.1 Gallow vordert (naar het gerecht begrijpt) bij wijze van incident – kort gezegd – de dwangsomveroordeling op te heffen dan wel te verminderen tot nihil. 3.2 EAB c.s. en Arashi verzetten zich hiertegen. 4DE BEOORDELING in het incident 4.1 De hoofdzaak in dit geding strekt ertoe te bepalen binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in executoriaal beslag genomen aandelen kan worden overgegaan. 4.2 Ingevolge artikel 474g lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt op een dergelijk verzoek bij beschikking en niet bij vonnis beslist. De zaak is dus door de griffier ten onrechte op de algemene rol geplaatst. 4.3 Dat betekent dat de rechter de zaak naar de E.J.-zitting van dinsdag 16 januari 2018 zal verwijzen voor verdere behandeling. De griffier zal worden opgedragen de belanghebbenden op te roepen. Daartoe behoort overigens niet Arashi. 4.4 De incidentele vordering komt, wat daarvan verder ook zij, daarom niet voor toewijzing in aanmerking. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gallow de proceskosten van EAB c.s. moeten vergoeden. Arashi is kennelijk – en nodeloos – vrijwillig in het incident verschenen en heeft daarom geen recht op proceskostenvergoeding. in de hoofdzaak 4.5 De zaak zal worden verwezen naar de E.J.-zitting. 5DE UITSPRAAK: De rechter in dit gerecht: in het incident wijst de incidentele vordering af; veroordeelt Gallow in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van EAB c.s. worden begroot op Afl. 1.250, aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de E.J.-zitting van dinsdag 16 januari 2018 voor verdere behandeling; draagt de griffier op belanghebbenden als genoemd in het inleidend verzoek voor die zitting op te roepen. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.