← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:997

Vonnis van 13 december 2017 Behorend bij B.B. nr. 1045 van 2017 / AUA201701618 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Opposant], wonende in Aruba te [adres], OPPOSANT, hierna ook te noemen: [opposant], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: de naamloze vennootschap WATER- EN ENERGIEBEDRIJF ARUBA (W.E.B.) N.V., gevestigd in Aruba, GEOPPOSEERDE, hierna ook te noemen: WEB, gemachtigde (voorheen): de advocaat mr. P.R.C. Brown, thans procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 13 september 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2017. Het WEB is verschenen bij haar gemachtigde, voor wie mr. E.H.J. Martis heeft geoccupeerd. De deugdelijk opgeroepen [opposant] is niet ter zitting verschenen. Het WEB heeft het woord gevoerd (mede aan de hand van toegelaten nadere producties) en zij heeft gepersisteerd bij haar oorspronkelijke vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [opposant] vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis haar goed opposant verklaart, het vonnis waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van het WEB afwijst, kosten rechtens. 2.2 Het WEB voert verweer en concludeert - zo het Gerecht begrijpt - dat [opposant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzet, althans tot afwijzing van het door haar verzochte, kosten rechtens. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis wordt het volgende overwogen. De niet ter zitting verschenen [opposant] heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om feiten en/of omstandigheden aan te voeren die tot het oordeel zouden kunnen leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Nu niet kan worden vastgesteld en evenmin aannemelijk kan worden geoordeeld dat sprake is van een verschoonbare overschrijding van de wettelijke termijn waarbinnen verzet kan worden ingesteld, zal [opposant] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzet. 3.3 [opposant] zal, als de niet-ontvankelijk verklaarde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het WEB, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van tarief 2 van het liquidatietarief). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -verklaart [opposant] niet-ontvankelijk in haar verzet; -veroordeelt [opposant] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het WEB, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.