Uitspraak van 8 januari 2018 LAR nr. AUA201700615 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], gevestigd in Aruba, APPELLANT, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, gericht tegen: DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 7 december 2016 heeft verweerder het verzoek van appellant om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen om als ‘finance manager’ werkzaam te zijn, afgewezen. Daartegen heeft appellant op 6 januari 2017 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 2 mei 2017 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht. Op 17 juli 2017 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 november 2017, waar partijen, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigden, zijn verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht overweegt dat appellant tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift. 2.2 Het beroep is gericht tegen het met een afwijzende beslissing gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op bezwaar, welke naar zijn aard ongemotiveerd is. Verweerder heeft in zijn verweer de afwijzingsgrond van de primaire beschikking – dat de beoogde werkgever van appellant een uitzendbureau is – herhaald en heeft daarbij betoogd dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Verweerder is echter voorbij gegaan aan de door appellant in bezwaar aangevoerde grond dat de beoogde werkgever weliswaar een uitzendbureau is maar dat hij geen uitzendkracht is en in vaste dienst van het bureau zelf zal gaan treden. Gelet op het voorgaande oordeelt het gerecht dat de als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende beschikking niet deugdelijk is gemotiveerd en daarom niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen. 2.3 Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het gemaakte bezwaar; - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellant, met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-; - gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald. Deze beslissing werd gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 8 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.