Uitspraak van 8 januari 2018 Aua201701610 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], verblijvend in Aruba, APPELLANTE gemachtige drs. M.L. Hassell, gericht tegen: de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 3 februari 2017 heeft verweerder een verzoek van appellante om haar een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen. Daartegen heeft appellante op 10 maart 2017 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 25 juli 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaarschrift. 2.2 Ingevolge artikel 32, aanhef en onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. De vaststelling dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar is genomen en de omstandigheid dat geen verweer door verweerder is gevoerd, maken dat de ongemotiveerde, als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende, beschikking kennelijk niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen. 2.3 Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellant hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 300,- aan gemachtigdensalaris. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante; - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 300,-; - gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald. Deze beslissing werd gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 8 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.