Beschikking van 20 maart 2018 Behorend bij E.J. no. 2372 van 2017/AUA201702938 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: Verzoeker, wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. P.G. Dowers-Alders, tegen: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MERANTILLAS V.B.A., h.o.d.n. Merantillas, gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: RIU, gemachtigde: de advocaat mr. E.R. Zeppenfeldt. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 6 februari 2018. 1.2 Uit die aantekeningen blijkt dat [verzoeker] ter zitting is verschenen samen met zijn gemachtigde, en dat RIU is verschenen bij haar gemachtigde. [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift. RIU heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van dupliek te reageren op die reactie van [verzoeker], en dat onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten producties. 1.3 Beschikking is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [verzoeker] dat het Gerecht – zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: a. voor recht verklaart dat het door RIU aan [verzoeker] gegeven ontslag nietig is; b. RIU veroordeelt om aan [verzoeker] (door) te betalen zijn loon ad Afl. 2.541,27 per quincena vermeerderd met tips volgens een puntensysteem gerekend vanaf 29 juni 2017 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en gerekend vanaf 5 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening tevens vermeerderd met wettelijke rente; c. RIU beveelt om [verzoeker] binnen 48 uur na betekening aan RIU van deze beschikking weer toe te laten op het werk om zijn bedongen werkzaamheden op de gebruikelijke werktijden uit te voeren, en bepaalt dat RIU ten behoeve van [verzoeker] een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- voor iedere dag dat RIU dat bevel niet opvolgt; d. RIU veroordeelt in de proceskosten. 2.2 RIU voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [verzoeker] verzochte, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat [verzoeker] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan hem zal daarom verlof worden verleend tot kosteloos procederen. 3.2 Vast staat tussen partijen onder meer het volgende. 3.2.1 [ verzoeker] is op 16 augustus 2010 krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in loondienst getreden van RIU, bij en voor wie hij laatstelijk werkzaam was als bartender tegen een bruto loon van Afl. 2.541,27 per quincena te vermeerderen met volgens een puntensysteem vast te stellen of te berekenen fooi. 3.2.2 Aan het einde van zijn dienst in de nacht van 28 op 29 juni 2017 omstreeks 01:00 uur heeft zijn supervisor aan [verzoeker] medegedeeld dat hij het vermoeden had dat [verzoeker] dronken was, en die supervisor heeft vervolgens aan [verzoeker] de opdracht gegeven dat hij zich onmiddellijk naar het ziekenhuis moest begeven voor een bloedonderzoek. [verzoeker] heeft geen gevolg gegeven aan die opdracht. 3.2.3 Bij schrijven van 29 juni 2017 heeft RIU [verzoeker] op staande voet ontslagen. Dat Spaanstalige schrijven vermeldt onder meer (volgens de door RIU overgelegde vrije vertaling daarvan naar het Nederlands): “Vandaag, 29 juni 2017 om 0:55 (aan het einde van uw dienst), hebben 2 supervisors u verzocht om een alcoholtest te ondergaan in het ziekenhuis aangezien duidelijke symptomen van dronkenschap bij u zijn waargenomen. U hebt besloten om niet naar het ziekenhuis te gaan en u hebt dus geweigerd om een alcoholtest te ondergaan zoals verzocht door uw leidinggevenden. Het verkeren onder invloed van alcohol zoals uw supervisors hebben waargenomen en het weigeren om een alcoholtest te ondergaan zoals verzocht door uw leidinggevenden is reden voor ontslag wegens dringende redenen.”. 3.2.4 [ verzoeker] heeft bij aan RIU gericht schrijven van 13 juli 2017 onder meer de nietigheid van dat ontslag ingeroepen en verklaard zijn werkzaamheden te willen continueren. RIU heeft dat schrijven onbeantwoord gelaten. 3.3 Uit voormelde ontslagbrief (en overigens ook de laatste alinea van sustenu 4 van het verweerschrift van RIU), die de omvang van de aan [verzoeker] medegedeelde dringende reden fixeert, volgt naar het oordeel van het Gerecht dat RIU de cumulatie of de samenhang van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.