Vonnis van 21 februari 2018 Behorend bij A.R. nr. 1833 van 2017 / AUA201702166 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiseres, EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp, tegen: Gedaagde, wonende in Aruba, te Rooi Bosal 32-B, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 6 december 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 8 januari 2018. [eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. [gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, [eiseres] mede aan de hand van een toegelaten nadere productie, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen Afl. 12.487,47, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 24 februari 2012 en met Afl. 1.905,-- aan overeengekomen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. 2.2 [ gedaagde] heeft verweer gevoerd. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing zullen de stellen van partij hierna worden besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zullen de vordering in hoofdsom en de nevenvordering ter zake van wettelijke rente worden toegewezen als na te melden. 3.3 [ gedaagde] heeft ter zitting erkend dat hij ook een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is aan [eiseres]. Die door [eiseres] verzochte vergoeding zal met inachtneming van de te dezen relevante bepalingen van het Procesreglement worden toegewezen (1,5 punt van tarief 4 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.000,-- per punt). Genoegzaam gebleken is immers dat in dit dossier meer buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht dan die als bedoeld in artikel 63a Rv. 3.4 [ gedaagde] zal, als zijnde de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], waaronder begrepen die van het ten laste van [gedaagde] gelegde bij partijen genoegzaam bekende conservatoire beslag. Tot aan deze uitspraak worden die kosten begroot op (750,-- + 193,55 + 257,72 + 217,07 =) Afl. 1.418,34 aan verschotten en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van tarief 4 van het liquidatietarief). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen Afl. 12.487,47, te vermeerderen met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.