Vonnis van 10 januari 2018 Behorend bij A.R. nr. 1355 van 2017 / AUA201701287 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap CITIZENS INSURANCE (NETHERLANDS ANTILLES & ARUBA ASSURANCE COMPANY (NA & A) N.V.), gevestigd in Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Citizens, gemachtigde: de advocaat mr. Z.N.J. Laclé, tegen: Gedaagde, wonende in Aruba, te [adres], GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 25 oktober 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 24 november 2017. Citizens is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door de door Citizens gevolmachtigde mw. [naam X]. [gedaagde], aan wie het tussenvonnis met daarin vermeld de dag- en tijdbepaling van de comparitie in persoon is uitgereikt, is niet ter zitting verschenen. Citizens heeft het woord gevoerd, mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en heeft gepersisteerd bij haar vorderingen en haar daaraan ten gronde gelegde stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Citizens vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt: -om aan Citizens te betalen Afl. 13.161,25, te vermeerderen met
(1)wettelijke rente gerekend vanaf 14 juli 2009 en
(2)met een volgens het Procesreglement vast te stellen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; -in de proceskosten. 2.2 [gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door Citizens verzochte. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna verder besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 In de van onder getelde vierde regel van rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis moet verbeterd of aangevuld worden gelezen tussen “er” en “feiten”: “geen”. Met die verbetering of aanpassing volhardt het Gerecht in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Ter zitting heeft Citizens het beroep van [gedaagde] op verjaring dan wel rechtsverwerking gemotiveerd bestreden. De niet ter zitting verschenen [gedaagde] heeft (de juistheid van) dat verweer niet bestreden, met als gevolg dat voormeld beroep nadere grondslag mist en daarom niet slaagt. 3.3 Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zal de vordering van Citizens worden toegewezen als na te melden, waarbij heeft te gelden dat [gedaagde] de nevengevorderde wettelijke rente niet heeft bestreden. 3.4 Ter zake van de verzochte vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte wordt het volgende overwogen. Vast is komen te staan dat Citizens te dien aanzien meer werkzaamheden heeft verricht dat die waarin artikel 63a Rv voorziet. Overeenkomstig het Procesreglement zal die door [gedaagde] aan Citizens te betalen vergoeding worden bepaald op Afl. 1.500,-- (1,5 punt van tarief 4 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.000,-- per punt). 3.5 [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Citizens, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 199,90 =) Afl. 949,90 aan verschotten Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 4 van het liquidatietarief). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan Citizens te betalen Afl. 13.161,25, te vermeerderen met
(1)wettelijke rente gerekend vanaf 14 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening en
(2)met Afl. 1.500,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; -veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Citizens, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.949,90; -verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.