← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:168

Vonnis van 4 april 2018 (bij vervroeging) Behorend bij A.R. 800 van 2017 / AUA201700716 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap JAGY N.V. , gevestigd te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Jagy, gemachtigde: de advocaat mr. A.A.E. Rietveld, tegen: [gedaagde 1], [gedaagde 2], wonende te Aruba, gedaagden, hierna ook te noemen: [gedaagden], gemachtigde: de advocaat mr. A. de Bie. 1HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE - het tussenvonnis van 13 december 2018; - de akte uitlating bewijsopdracht. De zaak is naar de rol verwezen voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Bij vonnis d.d. 13 december 2018 zijn [gedaagden] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten of zij bewijs wensen bij te brengen van hun stelling dat Jagy wist of redelijkerwijs kon weten dat het de bedoeling was, dat Fred&Fred F7B Corporation N.V. de contractuele wederpartij van Jagy zou worden met betrekking tot de huurovereenkomst ten aanzien van de bedrijfsruimte gelegen te Jaburibari 26A te Aruba EN dat Garcia (namens Jagy) toegezegd heeft de huurovereenkomst aan te passen. 2.2 Bij akte uitlating bewijsopdracht hebben [gedaagden] dit bewijs aangeboden. Het bewijsaanbod bestaat uit; een beschrijving van de omstandigheden die het aannemelijk maken dat Jagy op de hoogte was; het met schriftelijke bewijzen aantonen dat het de bedoeling was dat de huurovereenkomst op naam van de NV zou komen; het aantonen van de kwade trouw van Jagy; het onder ede horen van gedaagden; het overleggen van bonnen en andere rekeningen op naam van de NV, waaruit volgt dat de bedrijfsvoering op naam van de NV geschiedde; transcripties van whatsapp gesprekken waaruit eenduidig blijkt dat Jagy begreep of redelijkerwijs kon weten dat de huurovereenkomst op naam van de NV zou komen alsmede dat de huurovereenkomst zou worden aangepast. 2.3 In artikel 131 Rv is bepaald dat een partij bewijs kan leveren ’met alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt’. [gedaagden] hebben gekozen voor een breed pallet aan bewijsmiddelen. Nu het aangeboden getuigenbewijs uitsluitend gedaagden zelf betreft en partijgetuigenverklaringen in bewijstechnische zin slechts bewijskracht toekomen, indien dezen worden ondersteund door voldoende ander bewijs, komt het gerecht geraden voor dat [gedaagden] eerst hun schriftelijke bewijsstukken in het geding brengen. Gelet hierop, wordt de zaak naar de rol verwezen voor akte overlegging schriftelijke bewijsstukken aan de zijde van [gedaagden]. Het gerecht wijst [gedaagden] erop dat het niet toegestaan is een uitgebreide conclusie te nemen, waarin zij hun stellingen presenteren aan de hand van (nieuwe) feiten en omstandigheden. Deze mogelijkheid hebben [gedaagden] gehad bij conclusie na antwoord en conclusie van dupliek. Het is derhalve slechts toegestaan om de schriftelijke bewijsstukken over te leggen en hierop een korte toelichting te geven. Aansluitend krijgt Jagy de gelegenheid om een contra akte te nemen. 2.4 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3DE BESLISSING De rechter 3.1 verwijst de zaak naar de rol voor akte als bedoeld in r.o. 2.3 van dit vonnis; 3.2 bepaalt dat Jagy aansluitend een contra-akte mag nemen; 3.3 iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd (bij vervroeging) uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.