Vonnis van 4 april 2018 Behorend bij A.R. 1118 van 2017 / AUA201700989 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], wonende in Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa, tegen: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 24 januari 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 22 februari 2018. [eiseres] en [gedaagde] zijn ter zitting verschenen samen met hun gemachtigden. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE VORDERING 2.1 [ eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de verdeling gelast van de onverdeelde ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen (hierna: de gemeenschap) zoals omschreven in het in haar verzoekschrift neergelegde petitum, kosten rechtens. 2.2 [ gedaagde] voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen. 3.2 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.3 Terzake van de verdeling van de gemeenschap heeft het Gerecht reeds bij onherroepelijk vonnis van 11 juni 2014 (behorend bij AR 2115-13) beslist. Die reeds vastgestelde (doch nog uit te voeren) verdeling van de gemeenschap brengt met zich dat de gemeenschap niet opnieuw verdeeld kan worden. Het verzoek van [eiseres] zal daarom worden afgewezen. 3.4 [ eiseres] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de onnodig door haar veroorzaakte kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 5 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.250,-- per punt). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -wijst af het door [eiseres] verzochte; -veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.