← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:17

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1994 in Venezuela, wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Figaroa. De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd en vrijspraak bepleit. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: 1. dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(

  1. s)in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld (in vereniging) van een geldbedrag en een hoeveelheid drugs althans een poging diefstal met geweld en/of een poging afpersing, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; (artikel 2:260 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) en dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(
  2. s)in/op en/of in de richting van het hoofd en/ of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, (artikel 2:262 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(
  3. s)in/op en/of in de richting van het hoofd en/ of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, (artikel 2:259 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader: - een pistool, althans een vuurwapen heeft getoond en in die richting van en op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en gericht gehouden en - die [slachtoffer] met een pistool, althans vuurwapen heeft geslagen en - een pistool, althans een vuurwapen heeft doorgeladen en hiermee meerdere schoten heeft gelost in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer], ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden; (artikel 2:291 lid 2 jo lid 3 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  4. s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag en een hoeveelheid drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(
  5. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  6. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader: - een pistool, althans een vuurwapen heeft getoond en in die richting van en op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en gericht gehouden en - die [slachtoffer] met een pistool, althans vuurwapen heeft geslagen en - een pistool, althans een vuurwapen heeft doorgeladen en hiermee meerdere schoten heeft gelost in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden; (artikel 2:291 lid 2 jo lid 3 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Bevoegdheid van het gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Vrijspraak Anders dan de officier van justitie en met de raadsman is het gerecht van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met een voldoende mate van zekerheid geconcludeerd kan worden dat verdachte de persoon is geweest die zich op 24 april 2016, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte], heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Het gerecht overweegt hiertoe als volgt. Verdachte heeft van meet af aan verklaard niet betrokken te zijn geweest bij de overval en de doodslag op [slachtoffer]. Het belastende bewijs tegen verdachte bestaat uit de, 5 weken na het incident afgelegde, verklaring van de getuige [getuige 1] bij de politie. [getuige 1] heeft een omschrijving gegeven van verdachte en heeft hem na het afleggen van zijn verklaring herkend bij de politiewacht en daarna nogmaals bij een eenzijdige fotoconfrontatie. Al dit bewijs is afkomstig uit een en dezelfde bron. Het vereiste bewijsminimum geeft uitdrukking aan het beginsel van de dubbele bevestiging, waarmee bedoeld is dat er steeds twee onafhankelijke bronnen moeten zijn om tot een bewezenverklaring te komen. Ook dient terughoudend te worden omgegaan met de herkenning van verdachte door [getuige 1] bij de enkelvoudige fotoherkenning, vanwege de zwakke zelfstandige bewijswaarde hiervan. Het gerecht ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of de verklaring van en de herkenning door [getuige 1] in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Hiertoe wordt als volgt overwogen. Er is geen ander wettig bewijsmiddel voorhanden dat de verklaring van [getuige 1] ondersteunt. Daar komt bij dat de verklaring van [getuige 1], voor zover inhoudende dat verdachte één van de daders is geweest, in strijd is met de CID –informatie, die juist wijst in de richting van Sanchez Ruiz. Uit het dossier blijkt dat Sanchez Ruiz op 24 april 2016 ook geblondeerd haar had en tatoeages heeft. Het verbaast het gerecht dat het rechercheteam nagelaten heeft om nader onderzoek te verrichten naar Sanchez Ruiz, als mogelijke dader. Alles overwegende is het gerecht van oordeel dat niet is voldaan aan het wettige bewijsminimum. Evenmin kan een alternatief scenario als onaannemelijk terzijde worden geschoven. Aldus is niet buiten redelijk twijfel komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd. Deze twijfel moet in het voordeel van de verdachte gelden, zodat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. 5Beslissing Het gerecht: 5.1 verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; 5.2 wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 januari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.