Vonnis in kort geding van 18 april 2018 Behorend bij K.G. AUA201800779 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [naam eiseres], te Aruba, hierna ook te noemen: eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes, tegen: [naam gedaagde], te Aruba, hierna ook te noemen: gedaagde, niet verschenen. DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 23 maart 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 5 april 2018. Tegen de, behoorlijk opgeroepen doch niet verschenen, gedaagde is verstek verleend. Aan de verschenen partij is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Partijen hebben gedurende drie jaar een affectieve relatie gehad. Eiseres heeft in augustus 2016 de relatie tussen partijen beëindigd. In 2016 en in 2017 heeft zij meermalen aangifte gedaan tegen gedaagde. 2.2 Eiseres vordert – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – gedaagde te verbieden zich binnen een straal van vijfhonderd meter van de woning te [adres] te bevinden, en/of gedaagde te verbieden eiseres op haar werkplek en in haar kerk op enige wijze te benaderen, aan te spreken en/of aan te raken, met tenuitvoerlegging middels lijfsdwang voor de duur van 12 maanden, eiseres te machtigen bij overtreding zo nodig de sterke arm in te roepen, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van Afl. 500,- per keer bij het niet voldoen van het door het gerecht uit te spreken verbod, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. 2.3 Gedaagde is, ondanks deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. 2.4 Eiseres heeft onweersproken gesteld dat gedaagde haar lastig blijft vallen. Omdat de politie niets doet heeft zij niet recent aangifte gedaan. Gedaagde valt haar echter nog steeds lastig. Eiseres vreest dat gedaagde haar iets ernstigs aan zal doen gezien zijn agressieve gedrag. Voldoende aannemelijk is geworden dat er sprake is van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van de kant van gedaagde jegens eiseres en dat ter kering van deze dreiging het gevorderde verbod nodig is. De vorderingen van eiseres komen het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen behoudens hetgeen hierna wordt overwogen. 2.5 De gevorderde omvang van het straatverbod zal worden toegewezen voor zover dit ziet op een straal van 100 meter van de woning van eiseres in plaats van 500 meter. 2.6 Het gerecht zal de duur van het straatverbod bepalen op zes maanden en het straatverbod beperken tot de woonplaats van eiseres, aangezien een straatverbod een vergaande inbreuk maakt op iemands grondrechten van bewegingsvrijheid en een ruimer verbod is thans, gelet op de gebleken feiten en omstandigheden, niet gerechtvaardigd te achten. 2.7 Aan de op te leggen verboden wordt een dwangsom verbonden van Afl. 100,- per overtreding in plaats van de gevorderde Afl. 500,-. Laatstgenoemd bedrag komt bovenmatig voor. De dwangsom zal worden gemaximeerd als in het dictum nader vermeld. Voor toewijzing van de medegevorderde lijfsdwang bestaat vooralsnog onvoldoende grond. Wel zal machtiging om zonodig de hulp van de sterke arm in te roepen worden toegewezen. 2.8 Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde de proceskosten van eiseres moeten vergoeden. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: - verbiedt gedaagde om gedurende een periode van zes maanden na betekening van dit vonnis zich te bevinden binnen een straal van vijftig meter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.