Vonnis van 2 mei 2018 Behorend bij B.B. 2676 van 2017 / AUA201703339 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V., te Aruba, hierna te noemen: Arubabank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: [Gedaagde], te Aruba, hierna te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - het verweerschrift; - de rolbeschikking van 21 februari 2018; - de akte zijdens Arubabank van 16 maart 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 21 maart
- De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VORDERING EN HET VERWEER 3.1 Arubabank vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te bevelen tot betaling van Afl. 4.823,43, vermeerderd met rente en kosten. 3.2 Aan deze vordering legt Arubabank ten grondslag dat zij aan [gedaagde] gelden in verbruikleen heeft verstrekt, dat [gedaagde] te kort geschoten is in de nakoming van zijn terugbetalingsverplichtingen en dat zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt. 3.3 [Gedaagde] heeft aangevoerd dat hij op 28 december 2017 een betaling heeft gedaan. Verder heeft hij te kennen gegeven dat hij, nadat hij een periode werkloos is geweest, weer een baan heeft en dat hij beschikbaar is om de schuld af te lossen. 3DE BEOORDELING 3.1 Nadat [gedaagde] bij verweer heeft aangevoerd dat hij een bedrag van Afl. 831,- heeft betaald, heeft Arubabank de oorspronkelijk gevorderde hoofdsom met dat bedrag verminderd tot een bedrag van Afl. 4.823,
- Dat bedrag is door [gedaagde] niet betwist. [Gedaagde] heeft evenmin betwist dat hij in verzuim is. Gelet hierop, zal het gerecht de vordering in zoverre toewijzen. 3.2 Ook de gevorderde rente komt voor toewijzing in aanmerking. 3.3 De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen overeenkomstig het in het procesreglement ter zake bepaalde (1,5 punt van het liquidatietarief), nu niet is aangetoond dat meer dan de aldus toe te wijzen kosten zijn gemaakt. 3.3 Ter zitting zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. Deze zal op na te melden wijze in het vonnis worden opgenomen. 3.4 [Gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten. 4DE UITSPRAAK het Gerecht: veroordeelt [gedaagde] om aan Arubabank te betalen een bedrag van Afl. 4.823,43, althans dat bedrag verminderd met de eventuele nadien afgeloste bedragen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand van 7 september 2017 tot 28 december 2017 over de oorspronkelijke hoofdsom van Afl. 5.654,43, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over Afl. 4.823,43 van 28 december 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Arubabank van een bedrag van Afl. 375,- wegens buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Arubabank worden begroot op Afl. 100,- aan griffierecht en Afl. 500,- (2 punten in tarief 2) aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; staat [gedaagde] toe het totaal aan Arubabank verschuldigde te voldoen in maandelijkse termijnen van Afl. 300,- per maand gedurende zes maanden met ingang van 1 juni 2018 en van Afl. 400,- per maand met ingang van 1 december 2018, onder de bepaling dat deze regeling vervalt en het restant direct volledig opeisbaar is, indien [gedaagde] met betaling van één of meer termijnen in gebreke blijft; wijst het meer of anders gevorderde af; Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.