Vonnis van 9 mei 2018 Behorend bij B.B. nr. 2527 van 2017/AUA201703127 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiser], wonende in Aruba, eiser, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, tegen: [Gedaagde], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 21 februari 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 22 maart 2018. [Eiser] is toen ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. De blijkens zijn brief van 21 maart 2018 van de zitting op de hoogte zijnde [gedaagde] is niet verschenen. [Eiser] heeft ter zitting het woord gevoerd mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en heeft gepersisteerd bij het door hem gestelde en verzochte. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren betalingsbevel [gedaagde] beveelt om aan [eiser] te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 31 oktober 2017, kosten rechtens. 2.2 [ Gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte en tot compensatie van de proceskosten. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis in verbinding met de omstandigheid dat [gedaagde] ter zitting geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die zouden nopen tot een ander oordeel zullen de vorderingen van [eiser] worden toegewezen als na te melden. Daarbij heeft te gelden dat [gedaagde] de nevenvordering van [eiser] ter zake van wettelijke rente niet heeft bestreden. 3.3 [ Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 4 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.000,-- per punt). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 31 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; -veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde; -verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier. Bij die brief heeft [gedaagde] tevergeefs om uitstel van de zitting van 22 maart 2018 verzocht.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.