← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:301

Vonnis van 16 mei 2018 Kort Geding nr. AUA201800910 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het KORT GEDING tussen: [de vader], wonende in Aruba, EISER IN CONVENTIE, verder ook te noemen: de vader, GEDAAGDE IN RECONVENTIE, verder ook te noemen: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. M.H.J. Kock, [gedvoegde partij], wonende in Aruba, als gevoegde partij, gemachtigde: de advocaat mr. M.H.J. Kock, en [de moeder] , wonende in Aruba, GEDAAGDE IN CONVENTIE, verder ook te noemen: de moeder, EISERES IN RECONVENTIE, verder ook te noemen: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 5 april 2018, - de orde maatregel d.d. 5 april 2018, - het verzoek tot voeging, ingediend op 18 april 2018, - de griffieraantekeningen van het verhandelde ter terechtzitting op 24 april 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen, de partijen bijgestaan door hun gemachtigden en de Voogdijraad bij mevrouw L. Petrochi en A. Emmanuel. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder is op 20 oktober 2009 in Aruba geboren [Kind 1] en op 26 september 2010 in Aruba geboren [Kind 2] (hierna: de minderjarigen). De minderjarigen zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over de minderjarigen alleen uit. 2.2 De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad en woonden samen. De relatie is in 2011 verbroken. De minderjarigen verblijven in ieder geval sinds 2013 bij de vader. 2.3 Bij dit gerecht is thans tussen partijen een verzoek aanhangig van vader tot wijziging van het gezag en bepaling van het hoofdverblijf van de minderjarigen bij de vader. De datum voor de behandeling van dit verzoek is nog niet bepaald. 2.4 Op 23 maart 2018 heeft de moeder de minderjarigen meegenomen. 2.5 Bij beslissing van 5 april 2018 heeft dit gerecht als orde maatregel bepaald dat de moeder wordt gelast om de minderjarigen onmiddellijk aan de vader af te geven totdat in de onderhavige zaak uitspraak is gedaan, op straffe van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat gedaagde in gebreke blijft. 2.6 De minderjarigen verblijven thans weer bij de vader. 3DE VORDERINGEN EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 De vader vordert, in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. de afgifte te bevelen van de minderjarigen aan de vader, desnoods met behulp van de sterke arm, b. te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader zal zijn totdat in de bodemprocedure definitief is beslist, c. een iedere andere maatregel te treffen, d. op straffe van verbeurte van een dwangsom, e. met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure. 3.2 De vader legt daartoe - samengevat - het volgende ten grondslag. De moeder en de vader woonden eerst samen met de minderjarigen bij een tante mz. In 2011 heeft de moeder de woning verlaten. Hij bleef met de minderjarigen achter. In 2013 is hij met de minderjarigen ergens anders gaan wonen. Partijen hebben toen een tijdje met elkaar samengewoond, waarna de moeder in 2013 de minderjarigen weer bij hem heeft achtergelaten. De minderjarigen wonen sedert 2011 bij de vader. Het is in het belang van de minderjarigen dat zij bij hem blijven wonen. De moeder woont nu samen met een persoon die bekend is bij de politie. 3.3 De moeder vordert, in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: Primair: de afgifte te bevelen van de minderjarigen aan de moeder op straffe van verbeurte van een dwangsom, Subsidiair: een voorlopige omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen vast te stellen, kosten rechtens. 3.4 De moeder voert - samengevat - het volgende aan. De moeder heeft de minderjarigen nimmer bij de vader achtergelaten. Zij moest destijds uit het huis vluchten. De vader heeft het voor haar onmogelijk gemaakt om de minderjarigen mee te nemen. Zij had wel omgang met de minderjarigen, maar alles moest via de nieuwe partner van de vader. Op een gegeven moment kreeg zij geen contact meer met de minderjarigen. De vader wil niet met de moeder praten. De school heeft klachten over de verzorging van de minderjarigen. De moeder heeft inmiddels een baan en een groter appartement en kan de minderjarigen nu bij zich hebben. Zij woont niet samen. 4DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE In conventie en in reconventie 4.1 Het spoedeisend belang bij de vorderingen is genoegzaam aangetoond. 4.2 In dit geding gaat het om de vraag of er sprake is van gegronde vrees dat de belangen van de minderjarigen zouden worden verwaarloosd indien de minderjarigen in afwachting van een beslissing in de bodemprocedure omtrent het over hen uit te oefenen ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats bij de vader verblijven. 4.3 Omdat de moeder het eenhoofdig gezag heeft, heeft zij de bevoegdheid om over de woonplaats van de minderjarigen te beslissen. Die vrijheid wordt echter begrensd door de belangen van de minderjarigen, welke niet onaanvaardbaar in het gedrang mogen komen. 4.4 Het betreft hier jonge kinderen die gedurende lange tijd door de vader zijn verzorgd en bij hem verbleven. Gesteld noch gebleken is dat de minderjarigen met zedelijke c.q. lichamelijke ondergang worden bedreigd ten huize van de vader. Niet is gebleken dat de huidige feitelijke situatie niet in het belang van de minderjarigen zou zijn en dat daarin hangende de bodemprocedure wijziging in zou moeten worden aangebracht. Het gerecht acht het in het belang van de minderjarigen dat de huidige feitelijke situatie wordt gecontinueerd. Het moet vooralsnog in het belang van de minderjarigen worden geacht dat zij in hun vertrouwde woonomgeving blijven en dat zij thans de nodige rust en continuïteit in hun dagelijks leven wordt geboden. In conventie 4.5 De vordering in conventie van de vader om te bepalen dat de minderjarigen hangende de bodemprocedure bij hem verblijven is, gelet op het vorenstaande, toewijsbaar. In reconventie 4.6 Gelet op de belangen van de minderjarigen en hetgeen de vader en de moeder van de minderjarigen ter zitting daaromtrent te kennen hebben gegeven wordt de navolgende voorlopige omgangsregeling vastgesteld. In conventie en in reconventie 4.7 In de aard van het geding en de relatie tussen partijen ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5DE UITSPRAAK IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE: De rechter in dit gerecht, rechtdoende in kort geding: in conventie bepaalt de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen [Kind 1], geboren op 20 oktobr 2009 in Aruba en [Kind 2], geboren op 26 september 2010 in Aruba, voorlopig bij de vader, totdat in de bodemprocedure bij in kracht van gewijsde gegane beschikking is beslist met betrekking tot het over hen uit te oefenen ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats, machtigt de vader om zo nodig de hulp van de sterke arm in te roepen ter uitvoering van voornoemde voorziening, verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie bepaalt de voorlopige omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen [Kind 1], geboren op 20 oktober 2009 in Aruba en geboren en [Kind 2], geboren op 26 september 2010 in Aruba, als volgt: - elke donderdag na school tot en met 20.00 uur, waarbij de moeder de minderjarigen uit school ophaalt en hen in de middag naar voetbal brengt, en daarna weer bij de vader afzet, - op de vrije zaterdag van de moeder van 8.00 uur tot en met 20.00 uur, waarbij de moeder de minderjarigen ophaalt en weer bij de vader terugbrengt, verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, in conventie en in reconventie compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt, wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.