Vonnis van 13 juni 2018 Behorend bij A.R. 1465 van 2017 / AUA201701461 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap RBC ROYAL BANK (ARUBA) N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: RBC, gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes, tegen: [gedaagde 1] , te Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde sub 1], gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia en [gedaagde 2],te Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde sub 2], gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord zijdens [gedaagde sub 1] (mondeling ter zitting) en [gedaagde sub 2]; - de conclusie van repliek; - de aantekening op rol dat [gedaagde sub 1] zich refereert en [gedaagde sub 2] afziet van conclusie van dupliek. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben met RBC een overeenkomst van geldlening gesloten. 2.2 [ [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn bij beschikking van 15 februari 2016 van echt gescheiden. 2.3 Onderling hebben zij afgesproken dat de schuld aan ieder voor de helft wordt toegedeeld. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 RBC vordert – uitvoerbaar bij voorraad – hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van Afl. 4.915,46, te vermeerderen met de overeengekomen rente en de buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 [ [gedaagde sub 2] voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 [ [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn samen de overeenkomst van geldlening aangegaan. Zij zijn, ondanks de echtscheiding, daarom gezamenlijk voor het geheel hoofdelijk aansprakelijk. Met afspraken die de ex-echtgenoten onderling hebben gemaakt heeft RBC niets te maken. 4.2 De vordering wordt in hoogte niet weersproken en komt daarom voor toewijzing in aanmerking. 4.3 Voldoende aannemelijk is dat RBC buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt, dat blijkt al uit de door [gedaagde sub 2] overgelegde e-mail van 21 september 2017. Ook deze kosten komen in redelijkheid voor toewijzing in aanmerking. 4.4 Als de in het ongelijk te stellen partij zullen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (deels hoofdelijk) worden veroordeeld om de proceskosten van RBC te vergoeden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk tot betaling aan RBC van een bedrag van Afl. 4.915,46, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 1 juni 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald en tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van Afl. 375,; veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van RBC worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht (hoofdelijk), Afl. 199,90 aan explootkosten voor [gedaagde sub 1] en Afl. 199,90 aan explootkosten voor [gedaagde sub 2] en Afl. 1000, aan salaris van de gemachtigde (hoofdelijk); verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.