← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:379

Beschikking van 26 juni 2018 behorend bij EJ nr. AUA201800142 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [verzoeker], wonende in Aruba, VERZOEK, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen [verweerster], wonende in Aruba, VERWEER, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. D.E.T. Rasmijn. Belanghebbenden: [naam minderjarige], de minderjarige, DE VOOGDIJRAAD, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, ingediend op 19 januari 2018; de akte wijziging verzoek, ingediend op 12 april 2018; het verweerschrift, ingediend op 14 mei 2018; het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, overgelegd op 27 maart 2018; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 15 mei 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd, de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij mr. [naam Y] en de Voogdijraad bij mevrouw [naam A] en mr. [naam B]. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Uit de moeder is op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] geboren [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit. 3HET VERZOEK 3.1 Het bij akte gewijzigd verzoek strekt ertoe om de man vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige te erkennen, om het gezag te wijzigen in die zin dat de man gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast en om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de man te bepalen. Daartoe heeft de man aangevoerd dat hij sinds de geboorte van de minderjarige omgang met hem heeft gehad, dat hij altijd heeft bijgedragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, dat het niet in het belang van de minderjarige is dat hij bij de moeder blijft wonen en dat de moeder niet in staat is om de zorg en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen. De man stelt zich op het standpunt dat hij als verwekker en biologische vader van de minderjarige recht en belang bij heeft dat de familierechtelijke betrekking tussen hem en de minderjarige tot stand komt. 3.2 De moeder refereert zich aan het oordeel van het gerecht terzake het verzoek omtrent de vervangende toestemming tot erkenning en gezag maar concludeert tot afwijzing van het verzoek om het hoofdverblijf van de minderjarige bij de man de bepalen. 4DE BEOORDELING Vervangende toestemming tot erkenning 4.1 Ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) dient in zaken van afstamming het minderjarig kind vertegenwoordigd te worden door een daartoe door het gerecht benoemde bijzondere curator. De Voogdijraad heeft zich ter zitting van 15 mei 2018 bereid verklaard als bijzondere curator van de minderjarige op te treden, en zal als zodanig worden benoemd. 4.2 Het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning is gebaseerd op artikel 1:204, lid 3 van het BW. Voor zover hier van belang, kan ingevolge deze bepaling de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien nog niet heeft bereikt, op verzoek van de man die het kind wil erkennen worden vervangen door de toestemming van dit gerecht, indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden, en de man de verwekker is van het kind. 4.3 Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat niet onomstotelijk vast dat de man de verwekker is van de minderjarige, en het gaat hier om een rechtsgevolg dat naar het oordeel van het Gerecht niet ter vrije beschikking van partijen staat. Biologisch vaderschap kan middels bloedonderzoek of DNA-onderzoek nagenoeg met zekerheid worden bewezen. Gelet hierop zal een DNA-onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of de man de biologische vader van de minderjarige is. Het DNA-onderzoek zal moeten worden verricht door één van de hier te lande erkende laboratoria. De bijzonder curator kan hierna zijn mening kenbaar maken over de vraag of de erkenning de belangen van het kind zullen schaden, indien en voor zover uit het DNA-onderzoek blijkt dat de man de biologische vader is van de minderjarige. 4.4 De man zal de kosten van bedoeld onderzoek moeten voorschieten. 4.5 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5DE BESLISSING Het gerecht: benoemt de Voogdijraad tot bijzonder curator van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats]; gelast een (DNA-)onderzoek naar de vraag met welke mate van waarschijnlijkheid de man, [verzoeker], de biologische vader is van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats], uit de vrouw [verweerster], geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats]; bepaalt dat de man de kosten van dat onderzoek moet voorschieten; benoemt de door het Landslaboratorium dan wel de I.L. Laboratotio Familiar N.V. aan te wijzen specialist als deskundige; verzoekt de deskundige rapport terzake uit te brengen aan het gerecht door tussenkomst van partijen op dinsdag 21 augustus 2018 om 8:30 uur; houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, ter zitting van 26 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.