← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:384

Beschikking van 26 juni 2018 Behorend bij EJ nr. 2711 van 2017/AUA201703366 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [verzoekster] , wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de grootmoeder moederszijde, procederend in persoon. Belanghebbenden: [naam minderjarige], de minderjarige, [moeder], hierna de moeder, wonende in Jamaica, [vader], hierna de vader, DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. A.M. Els. 1DE PROCEDURE 1.1 De procedure blijkt uit: het verzoekschrift ingediend op 7 december 2017, het advies van de ambtenaar, ingediend op 17 april 2018, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 15 mei 2018, waaruit blijkt dat aanwezig waren verzoekster in persoon en de mr. [naam X] namens de Ambtenaar van de Burgerlijke stand. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de geboorteakte van de op [geboortedatum] 2007 in Jamaica geboren [minderjarige] (hierna: de minderjarige), blijkt dat haar moeder [naam moeder] is en haar vader, [naam vader]. 2.2 De minderjarige woont sinds 18 augustus 2017 bij verzoekster in Aruba en gaat alhier naar school. Zij staat niet ingeschreven in het Bevolkingsregister. 2.3 Bij uitspraak van Order For Legal Guardianship, in the Parish Court For The Parish Of Clarendon, (hierna: het buitenlandse vonnis) in Jamaica van 20 juli 2017, is de voogdij (guardianship) over de minderjarige toegewezen aan verzoekster en de moeder. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 20 juli 2017. 4DE BEOORDELING 4.1 Op grond van bovengenoemd artikel kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand. 4.2 Voornoemde uitspraak is echter naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de Burgerlijke Stand, aangezien die registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek als zodanig is daarom niet toewijsbaar. 4.3 Desalniettemin ziet het Gerecht aanleiding om het verzoek te interpreteren als een verzoek ex artikel 1:253r BW. Op basis van dit artikel is het gezag dat aan één of beide ouders toekomt geschorst gedurende de tijd waarin één of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. 4.4 De grootmoeder heeft ter onderbouwing van haar aldus geïnterpreteerde verzoek aangevoerd dat zij ter verkrijging van een verblijfsvergunning voor de minderjarige belast dient te zijn met de voogdij over de minderjarige. Voorts heeft grootmoeder aangevoerd dat de minderjarige sinds september 2017 bij haar op Aruba verblijft. De grootmoeder heeft de minderjarige sinds haar verblijf op Aruba verzorgd en opgevoed. De moeder van de minderjarige is woonachtig in Jamaica en beschikt niet over de financiële middelen om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De vader van de minderjarige zou zijn overleden. 4.5 De moeder verblijft in Jamaica. Dit brengt mee dat zij in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over de minderjarige uit te oefenen. Er bestaat thans onduidelijkheid over de vraag of de moeder ooit naar Aruba zal emigreren, of dat de minderjarige terug zal keren naar Jamaica, waardoor zij haar taken als gezagsdrager ten aanzien van de minderjarige feitelijk weer zal kunnen uitoefenen. Het gezag van de moeder zal daarom op grond van artikel 1:253r lid 2 BW worden geschorst. 4.6 Gebleken is dat de minderjarige voor het studiejaar 2017-2018 ingeschreven staat als leerling van de basisschool. Voorts is gebleken dat zij extra lessen Nederlands volgt en dat zij hierin vooruitgang boekt. Het voorgaande brengt mee dat het gerecht aanleiding ziet voor het oordeel dat de minderjarige gelukkig is bij grootmoeder en dat zij onder de verzorging en opvoeding van grootmoeder goed presteert. Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat de grootmoeder, die op grond van het buitenlandse vonnis van 20 juli 2017 samen met de moeder met de voogdij over de minderjarige is belast, thans alleen met de voogdij over de minderjarige belast zal zijn. 5DE BESLISSING Het gerecht: schorst het ouderlijk gezag van [moeder] over de minderjarige [minderjarige]; benoemt [verzoekster] tot voogdes over [minderjarige] geboren in Jamaica op [geboortedatum] 2007 voor zolang voormelde schorsing van kracht is. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 26 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.