Vonnis in kort geding van 27 juni 2018 Behorend bij K.G. AUA201801475 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [EISERES] wonende te Aruba, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock, tegen: de naamloze vennootschap PRO CARE SERVICES N.V. gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: PCS, procederend in de persoon van haar directeur, mevrouw [naam directrice]. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 mei
- - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 juni
- Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ eiseres] heeft werkzaamheden verricht voor PCS vanaf 2012 tegen een maandloon van Afl. 2.500,
- 2.2 [ eiseres] was de partner van de voormalige directeur grootaandeelhouder (DGA) van PCS, de heer [naam voormalige directeur]. Zij hebben samen twee kinderen. 2.3 De heer [aandeelhouder] heeft in 2017 de aandelen in PCS overgenomen van [naam voormalige directeur]. 2.4 Sinds november 2017 ontvangt [eiseres] geen salaris meer. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ eiseres] vordert op de eerste plaats om kosteloos te mogen procederen en voorts PCS te veroordelen om aan haar het loon te betalen ingaande 1 november 2017 vermeerderd met de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW, met veroordeling van PCS in de kosten van de procedure. 3.2 PCS voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 De spoedeisendheid van de zaak vloeit voort uit de aard van de vordering. 4.2 Toewijzing van een vordering in kort geding is alleen mogelijk indien, vooruitlopend op de bodemprocedure, reeds nu met voldoende zekerheid kan worden gesteld dat de vordering door de bodemrechter zal worden toegewezen. 4.3 Tussen partijen is niet in het geding dat [eiseres] in loondienst werkzaamheden voor PCS (heeft) verricht en dat PCS sinds november 2017 haar salaris niet meer betaald. Uit hetgeen partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben verklaard leidt het gerecht af dat partijen hierover contact met elkaar hebben gehad. Volgens [eiseres] heeft PCS in januari 2018 per e-mail toegezegd het salaris over november 2017 direct te betalen en het salaris over december 2018, zodra hij geld heeft ontvangen van het lab. [eiseres] heeft evenwel verzuimd de hierop betrekking hebben e-mail correspondentie over te leggen. 4.4 PCS stelt dat zij bereid is het salaris te betalen, onder de voorwaarde dat [eiseres] de volledige administratie ter beschikking stelt. PCS is geconfronteerd met belasting- en premie-aanslagen, maar kan niets nakijken omdat [eiseres] beschikt over de volledige administratie. Daar komt bij dat [eiseres] uit hoofde van haar functie verantwoordelijk was voor het betalen van de belastingen en de premies en hierin derhalve te kort is geschoten. PCS heeft tevens verklaard dat zij thans uitzoekt of verhaal op de voormalige eigenaar dan wel [eiseres] mogelijk is. Voorts beroept PCS zich op het beginsel ’geen werk, geen loon’. Volgens PCS heeft [eiseres] na oktober 2017 geen werkzaamheden meer verricht en zich ook niet beschikbaar gehouden. 4.5 Vast staat dat de heer [aandeelhouder] de aandelen in PCS heeft overgenomen van de heer [voormalige directeur], die thans gedetineerd is, zonder dat hij het bedrijf PCS eerst deugdelijk heeft onderzocht. Thans wordt hij geconfronteerd met diverse schulden en stelt hij dat PCS in feite failliet is. Deze omstandigheden, hoe vervelend ook, kunnen [eiseres] niet worden tegengeworpen en ontslaan PCS in beginsel niet van haar verplichting tot loondoorbetaling. Dit is anders indien het beroep op het arbeidsrechtelijke beginsel, ‘geen arbeid, geen loon’ slaagt. 4.6 Nu [eiseres] zich niet expliciet beschikbaar heeft gesteld voor de bedongen arbeid, noch in het onderhavige kort geding toelating tot het werk heeft verzocht, slaagt het verweer van PCS. Om deze reden heeft [eiseres] in beginsel geen recht op loon. Dit kan anders zijn indien [eiseres] alsnog aantoont dat zij zich wel expliciet beschikbaar heeft gesteld voor haar eigen werkzaamheden dan wel dat uit tussen partijen gevoerde e-mailcorrespondentie volgt dat PCS bereid was om het loon door te betalen. Het valt te betreuren dat [eiseres] haar loonvordering niet aanstonds deugdelijk heeft onderbouwd, zodat de bodemprocedure wellicht voorkomen had kunnen worden. 4.7 Nu het beroep op de arbeidsrechtelijke basisregel’ geen arbeid, geen loon’ vooralsnog slaagt, wordt de vordering van [eiseres] afgewezen 4.8 [ eiseres] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld, die aan de kant van PCS worden begroot op nihil, nu PCS geen kosten heeft gemaakt. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 5.1 verleent [eiseres] gratis admissie; 5.
- wijst het gevorderde af; 5.3 veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van PCS worden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.