Vonnis van 4 juli 2018 (bij vervroeging) Behorend bij BB 2038 /AUA201702421 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap Advocatenkantoor […] N.V., gevestigd te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres], procederend in naam van haar directeur, tegen: [GEDAAGDE] , wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ Gedaagde] exploiteerde een restaurant onder de naam [naam restaurant] bij [plaats]. 2.2 Bij brief van 22 augustus 2014 heeft [gedaagde] de heer [naam heer] erop geattendeerd dat er aan het gehuurde een en ander mankeert en dat ze besloten heeft om de exploitatie van haar restaurant te staken. 2.2 [ eiseres] heeft bij brief van 9 september 2014 namens [gedaagde] [naam bedrijf] erop gewezen dat zij tekort schoot in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst, doch dat [gedaagde] bereid was met wederzijds goedvinden de huurovereenkomst met gesloten beurzen te beëindigen. 2.3 [ eiseres] heeft op 8 oktober 2014 een factuur gestuurd ad Afl. 229,74 en op 14 november 2014 ad Afl. 602,85. 2.4 Bij brief van 29 augustus 2017 heeft [eiseres] een betalingsherinnering gestuurd aan [gedaagde]. 2.5 [ gedaagde] heeft de facturen onbetaald gelaten. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van Afl. 832,59, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2017 tot de dag van voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. 3.2 [ eiseres] baseert de vordering erop dat zij legal services voor [gedaagde] heeft verricht, waarvoor [gedaagde] voor dient te betalen. 3.3 [ gedaagde] voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Aan de orde is de vraag of [gedaagde] voor de door [eiseres] verrichte legal services dient te betalen. 4.2 Uit de door partijen overgelegde stukken volgt dat [gedaagde] [eiseres] heeft verzocht haar bij te staan in haar geschil met [naam bedrijf]. Voorts blijkt uit de overgelegde correspondentie dat [eiseres] een kort briefje heeft gestuurd aan [naam bedrijf], waarin wordt aangedrongen op een wederzijde beëindiging met gesloten beurzen. Wat er verder in deze zaak door [eiseres] is gedaan is onbekend, evenals de afloop van dit geschil. Het enkele feit dat in de ogen van [gedaagde] het gewenste resultaat niet is bereikt, heeft evenwel niet tot gevolg dat [gedaagde] ontslagen wordt uit haart betalingsverplichting. 4.3 In beginsel dient de opdrachtgever (lees [gedaagde]) te betalen voor de in haar opdracht door [eiseres] verrichte werkzaamheden. Hiervoor worden in de regel door de opdrachtgever en- nemer concrete afspraken gemaakt. In casu is gesteld noch gebleken dat [eiseres] en [gedaagde] een bepaald uurtarief zijn overeengekomen. Het lag op de weg van [eiseres], als professionele partij, om de met haar cliënten (en dus ook met [gedaagde]) gemaakte afspraken over het uurtarief en/of bijkomende kosten schriftelijk te bevestigen. Nu gesteld noch gebleken is dat [eiseres] dit heeft gedaan, heeft [eiseres] in beginsel recht op een redelijk loon voor de verrichte werkzaamheden. 4.4 Uit de bij conclusie van repliek overgelegde e-mails volgt dat tussen mr. [x] en mr. [y] correspondentie heeft plaats gevonden, teneinde het geschil op te lossen. Ook volgt uit de overgelegde e-mails dat [gedaagde] op de hoogte was van het feit dat mr. [z] namens haar trachtte tot een vergelijk te komen met [naam bedrijf]. De stelling dat [eiseres] niets heeft gedaan is dan ook in tegenspraak met de overgelegde stukken. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] aan [eiseres] een redelijk loon verschuldigd is. Nu [gedaagde] de hoogte van beide facturen niet heeft weersproken en de in rekening gebrachte bedragen niet buitenproportioneel zijn, zal het gevorderde bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2017 worden toegewezen. 4.5 [ gedaagde] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 5.1 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 832,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 september 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; 5.2 veroordeelt [gedaagde] de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] begroot op Afl. 100,00 aan griffierecht Afl. 200,00 aan salaris van de gemachtigde; 5.3 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd (bij vervroeging) uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag van 4 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.