← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:456

Vonnis van 31 juli 2018 Behorend bij A.R. 2481 van 2016 / AUA201600748 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ADMELOIRA ENGINEERING CONSTRUCTION & MAINTENANCE N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Admeloira, gemachtigde: de advocaat mr. E.H.J. Martis, tegen: [Gedaagde sub 1] en de naamloze vennootschap A&M ENGINEERING CONSTRUCTION AND MAINTENANCE N.V. te Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagden] respectievelijk [Gedaagde sub 1] en A&M, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis 10 januari 2018; - de akte zijdens [Gedaagden]; - de akte zijdens Admeloira. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 In het tussenvonnis heeft het gerecht Admeloira in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verjaringsverweer met betrekking tot de plicht tot volstorting van de aandelen. 2.2 Van die gelegenheid heeft Admeloira geen gebruik gemaakt. Het beroep van [gedaagden] op verjaring met betrekking tot de vordering tot volstorting van de aandelen tot een bedrag van Afl. 5.000, slaagt daarom. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen. 2.3 In het tussenvonnis had het gerecht [gedaagden] in de gelegenheid gesteld om een aangekondigd rapport van CATC van januari 2017 over te leggen. Het gerecht sprak daarbij de verwachting uit dat in het desbetreffende rapport zou worden ingegaan op alle claims van Admeloira. 2.4 Door [Gedaagde sub 1] is een niet-ondertekende “confidential draft” van anderhalve pagina van CATC overgelegd. In dit concept wordt in algemene termen opgemerkt dat werk aan de CPV en PBV-projecten deels werd betaald op de rekening bij de lokale bank en deels op een Amerikaanse bankrekening van AMC Engineering LLC. Verder wordt in het concept gesteld: (…) “From the received documents invoices and project progress reporting we can agree with the findings of [naam accountant] that the total amounts for the projects were billed and received. Payments as stated earlier are based (also expressed in the different contracts) on approved and submitted progress project reporting. (…) Our investigation has shown that, based on the information provided that from the bank account of AMS Engineering LLC (Bank of America) payments have been made on the request of […] for services provided for the two projects, to QAARS NV, KOWA Tsusho Co, LTD Precix Advanced Cutting Technologies and several other sub-contractors. Based on the letter of [naam accountant] Accountant it looks that the internal financial data as prepared by the company do not reflect those (requested) payments. (…) De “draft” is niet voorzien van bijlagen. 2.5 Uit de “draft” kan in ieder geval niet volgen dat het rapport van accountantskantoor [naam accountant] cijfermatig onjuist is. Mogelijk zijn betalingen door AMS Engineering LLC op verzoek van [...] aan derde partijen niet in de boeken van Admeloira verwerkt. Waarom dat zou moeten wordt echter niet uitgelegd. Onderbouwing daarvoor ontbreekt. 2.6 Met betrekking tot claim 1 stelt Admeloira dat (in ieder geval) Afl. 1.956.250,01 op de CPV en BPV projecten is betaald en niet ontvangen door Admeloira maar door [Gedaagden], althans A&M is gehouden. Dat onderbouwt Admeloira met het rapport van accountant [naam accountant]. De accountant heeft geconstateerd dat in beide projecten voor Afl. 6.013.000, door A&M werd gefactureerd. Dat volgens [Gedaagde sub 1] gefactureerde bedrag is volgens de accountant minimaal Afl. 1.295.978,13 te laag. In het CPV-project werd volgens onderzoek Afl. 2.350.315,31 op de buitenlandse bankrekening van [Gedaagde sub 1] betaald. Daarvan werd slechts Afl. 394.065,30 door haar doorbetaald aan Admeloira. Het verschil ad Afl. 1.956.250,01 is onverklaard. 2.7 [ [Gedaagden] betogen dat partijen in onderling overleg hebben afgesproken dat, kennelijk met het idee om de financierende bank een verkeerde voorstelling van zaken(lijke activiteiten) bij Admeloira te geven, bepaalde geldstromen die betrekking hadden op werk dat door A&M was uitgevoerd via Admeloira liep. Volgens [Gedaagden] volgt uit de door hen overgelegde producties duidelijk dat de in- en uitgeldstromen vrijwel gelijk zijn. Dat kan dus de door accountantskantoor [naam accountant] geconstateerde discrepantie niet verklaren. Terecht merkt Admeloira dan ook op dat [Gedaagden] geen juridische consequenties verbinden aan hun stellingen. In de conclusie van repliek komen [Gedaagden] op dit punt verder niet gemotiveerd meer terug. 2.8 Nu [Gedaagden] verder geen verklaring hebben gegeven voor de discrepanties en in de “confidential draft” geen nadere uitleg wordt gegeven over de opmerking dat door – de overigens niet in dit geding betrokken rechtspersoon – AMS Engineering LLC betalingen zouden zijn gedaan aan (onder)aannemers op beide projecten en met betrekking tot die betalingen geen onderliggende stukken zijn overgelegd noch een relatie wordt gelegd met de door accountantskantoor [naam accountant] geconstateerde discrepantie terwijl ook niet wordt uitgelegd hoe de verhouding tussen [Gedaagde sub 1] en/of A&M enerzijds en AMS Engineering LLC anderzijds is alsook hoe tussen deze ondernemingen die (veronderstelde) betalingen boekhoudkundig zijn verwerkt, kan het gerecht niet anders doen dan constateren dat de vordering met betrekking tot claim 1 onvoldoende gemotiveerd weersproken is. Dat leidt ertoe dat de vordering tot Afl. 1.956.250,01 toewijsbaar is. 2.9 Met betrekking tot claim 2 heeft Admeloira onder verwijzing naar het rapport [naam accountant] gesteld dat voor een bedrag van Afl. 67.424,14 aan zaken die waren opgeslagen in een pakhuis van Quality Appliances & Airconditioning Repair & Services N.V. (ook wel QAARS genoemd) door [Gedaagde sub 1] zijn meegenomen en opgeslagen te [adres]. De facturen voor de desbetreffende zaken staan op naam van DEX N.V. maar de onderneming van die vennootschap is nooit actief geweest. De facturen en de invoerrecht en afhandelingskosten voor de daarmee in rekening gebrachte zaken zijn betaald door Admeloira. Door [Gedaagde sub 1] zijn valse facturen opgemaakt op naam van A&M om de schijn te wekken dat de zaken door haar zijn gekocht en betaald. 2.10 Het gerecht stelt in dit verband voorop dat op Admeloira de last rust, mede in het licht van het verweer van [Gedaagden], voldoende duidelijk te stellen en bij betwisting van de stellingen die op de feiten zien, te bewijzen dat en welke zaken precies in eigendom aan haar toebehoren en door [Gedaagde sub 1] en/of A&M worden gehouden. In de bijlagen bij het rapport [naam accountant] heeft het gerecht als L1 een slecht leesbare foto aangetroffen van een factuur ten name van A&M. Daarachter zitten als L1 tot en met L8 deels onleesbare facturen afkomstig van RTI in [plaats] en de transportmaatschappij AFS ten name van Design Exposure Studio Aruba (DEX Aruba N.V.) alsook enige douaneformulieren. Dat Admeloira die zaken heeft betaald en de eigendom daarvan aan haar is overgedragen volgt niet voldoende duidelijk uit de stukken en de toelichting in het rapport en/of de conclusies van Admeloira. Een voldoende concreet bewijsaanbod ontbreekt. Dit deel van de vordering stuit daarop af. 2.11 Met betrekking tot claim 3 heeft Admeloira gesteld dat [Gedaagde sub 1] de bankpas van Admeloira gebruikte voor privéuitgaven tot een bedrag van Afl. 49.144,40 en wel tot Afl. 16.216,36 in verband met pinbetalingen voor boodschappen, restaurantbezoek en aankoop van persoonlijke zaken, en tot Afl. 32,928,04 in verband met betaling voor elektriciteit en telefoon. 2.12 [ [Gedaagden] voeren aan dat zij “aan de heer [...] alle back-ups heeft gepresenteerd van haar kant over deze uitgaven, omdat ze gerelateerd zijn aan haar contractuele overeenkomst salarissen en voorwaarden”. Hoe wordt, mede in het licht van de door Admeloira als bijlagen bij het rapport [naam accountant] overgelegde overzichten en achterliggende bewijsstukken, echter niet uitgelegd en kan ook niet zonder meer volgen uit de twee door [Gedaagden] overgelegde producties. De conclusie van dupliek bevat ook geen nadere informatie. Dit deel van de vordering is dus toewijsbaar. 2.13 Claim 4 is min of meer van dezelfde orde. Admeloira vordert terugbetaling van ATM-opnames tot een bedrag van Afl. 56.407,

  1. 2.14 Ook hier betogen [Gedaagden], althans [Gedaagde sub 1] , dat “alle back-ups” aan [...] zijn verschaft. Vervolgens verwijzen [Gedaagden] naar producties 40 en 41 maar die heeft het gerecht niet aangetroffen terwijl productie 42 zonder nadere toelichting niet kan dienen ter verantwoording van uitgaven door [Gedaagden] Dat [...] ten slotte ook geld zou hebben opgenomen, is voor de vordering van Admeloira tegen [Gedaagden] niet relevant. Dit deel van de vordering is dus toewijsbaar. 2.15 Onder claim 5 vordert Admeloira betaling van Afl. 52.592,53 in verband met betalingen die [Gedaagden] zouden hebben gedaan aangaande bouw- en constructiewerkzaamheden die niet behoren tot het door Admeloira aangenomen werk maar verband hielden met werkzaamheden die aanbesteed waren aan A&M of een ander bedrijf van [Gedaagde sub 1] . 2.16 Met betrekking tot dit deel van de vordering verwijzen [Gedaagden] weer naar volledige “back-ups”. Productie 44 waarnaar verwezen wordt bevat echter niet meer dan een verwijzing naar (kennelijk) digitale folders. Dat zegt in het licht van de door Admeloira via het rapport [naam accountant] overgelegde stukken niet veel. Ook zou de zus van [Gedaagde sub 1] een bedrag van Afl. 100.000, hebben geleend van Admeloira in ruil waarvoor Admeloira een aantal lopende werkzaamheden heeft uitgevoerd. Admeloira heeft er bij conclusie van repliek evenwel onbetwist op gewezen dat niet de zus van [Gedaagde sub 1] geld heeft geleend maar ene heer [naam X]. Ook dit deel van de vordering is dus toewijsbaar. 2.17 In claim 6 wijst Admeloira erop dat [Gedaagde sub 1] een bedrag van Afl. 11.777,89 van Admeloira heeft aangewend om haar schuld bij Island Finance af te betalen. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van cheques op naam van Admeloira. 2.18 [ [Gedaagde sub 1] klaagt erover dat Admeloira bepaalde gegevens uit de context haalt en verwijst in dat verband naar hun productie
  2. Dat stuk betreft kennelijk onbetaald salaris. In hoeverre dat stuk moet onderbouwen dat [Gedaagde sub 1] de bankrekening van Admeloira niet heeft gebruikt om haar schuld bij Island Finance af te lossen is onduidelijk. Dit deel van de vordering komt als onvoldoende weersproken voor toewijzing in aanmerking. 2.19 Volgens Admeloira onder claim 7 heeft [Gedaagde sub 1] daarnaast nog verschillende andere cheques ten name van Admeloira uitgeschreven voor privédoeleinden en wel tot een bedrag van Af. 64.013,
  3. Volgens [Gedaagde sub 1] betrof dit salarisuitbetalingen. 2.20 Uit de overgelegde stukken noch uit de conclusies kan het gerecht afleiden dat het verweer van [Gedaagde sub 1] op dit punt niet juist is. De vordering wordt daarom voor wat claim 7 betreft afgewezen. 2.21 Naar luid van claim 8 heeft [Gedaagde sub 1] eind 2012/begin 2013 een container besteld. De nota is op naam van Admeloira gezet. Zonder nadere toelichting is niet duidelijk in hoeverre hiermee iets mis is. De vordering onder claim 8 wordt daarom afgewezen. 2.22 Onder claim 9 wordt terugbetaling, van kosten gemoeid met het door [Gedaagde sub 1] bestellen van kleding en accessoires, gevorderd tot een bedrag van Afl. 6.938,
  4. Bij wijze van verweer verwijzen [Gedaagden] zonder verdere toelichting naar productie
  5. Ook hier lijkt het te gaan om achterstallig salaris. Net als met betrekking tot claim 6 is het verweer onvoldoende gemotiveerd. Dit deel van de vordering zal worden toegewezen. 2.23 Als claim 10 wordt vergoeding voor het verplaatsen van twee containers gevorderd. Het gerecht begrijpt uit de overgelegde bijlagen en de stellingen in de conclusie van repliek dat bedoeld wordt, dat [Gedaagden] zich deze containers met inhoud de eigendom van Admeloira hebben toegeëigend zonder daarvoor te betalen. Het daarmee gemoeide bedrag zou Afl. 90.017,09 bedragen. 2.24 Volgens [Gedaagden] betroffen het zaken die aan hen toebehoorden. 2.25 Dat laatste erkent Admeloira ook. Zij heeft niets van doen met deze containers, aldus Admeloira onder 25 van het inleidend verzoek. Toch legt Admeloira onder productie IV bij repliek een afschrijvingstabel over. Kennelijk wordt niet alleen vergoeding van de bij Admeloira in rekening gebrachte verplaatsingskosten gevorderd. Waarom is niet helder. Dit deel van de vordering is onduidelijk en wordt daarom afgewezen. 2.26 Claim 11 betreft kranen en aanrechtbladen/spoelbakken die Admeloira voor het CPV-project had besteld. Die zijn onvindbaar waardoor Admeloira vergeefs een bedrag van Afl. 18.781,16 heeft betaald. [Gedaagde sub 1] had dat geld ontvangen op rekening van AMS Engineering LLC in [plaats]. 2.27 [ [Gedaagden] ontkennen in dit verband geld te hebben ontvangen. Dat wordt uit de overgelegde stukken ook niet duidelijk. Bovendien stelt Admeloira zelf dat het geld is overgemaakt aan AMS Engineering LLC. Zonder nadere vorderingsgrondslag is dan onduidelijk waarom [Gedaagden] hoofdelijk voor de terugbetaling van dit bedrag aansprakelijk zijn. De enkele omstandigheid dat [Gedaagde sub 1] en/of A&M op enige wijze gelieerd zijn aan AMS Engineering LLC is niet voldoende om aansprakelijk te zijn. 2.28 Onder claim 12 vordert Admeloira vergoeding van een deels door Admeloira betaalde maar door [Gedaagde sub 1] in haar macht gehouden Precix zaagmachine. Admeloiras aandeel in de aan AMS Engineering LLC overgemaakte koopprijs bedraagt Afl. 24.001,
  6. 2.29 Door [Gedaagden] wordt niet (duidelijk) ontkend dat zij een Precix zaagmachine onder zich hebben gehouden. Ter rechtvaardiging wordt verwezen naar e-mail uitwisseling die als productie 58 zou zijn overgelegd. Productie 58 omvat echter alleen facturen van Precix en geen e-mails. Productie 59 bevat wel e-mailverkeer dat klaarblijkelijk op claim 12 betrekking heeft maar dat is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. De vordering is voor wat claim 12 betreft onvoldoende gemotiveerd bestreden en zal daarom worden toegewezen. 2.30 Claim 13 ad Afl. 3.751,49 heeft betrekking op zaken die [Gedaagde sub 1] heeft gekocht op rekening van Admeloira. Het geld is overgemaakt van de rekening van Admeloira naar die van IVO […] Worldwide export. 2.31 Volgens [Gedaagden] waren de van Worldwide Export gekochte zaken vervanging voor zaken van [Gedaagden] die waren gebruikt voor projecten van Admeloira. Zij verwijzen ter onderbouwing van die, overigens weinig specifieke en dus onvoldoende toegelichte, stelling naar producties 62 en 63 maar achter de aldus genummerde tabbladen in de bij conclusie van antwoord overgelegde multomap zitten geen stukken. Het verweer faalt. Dit deel van de vordering ligt voor toewijzing gereed. 2.32 Het als claim 14 genummerde deel van de vordering betreft geld dat door [Gedaagde sub 1] is overgemaakt van de rekening van Admeloira naar haar eigen rekening bij een bank in [land] en wel in totaal voor een bedrag van Afl. 125.181,
  7. 2.33 Volgens [Gedaagden] gaat het om betaling van goederen/diensten die door AMS Engineering LLC aan Admeloira geleverd waren. [Gedaagden] verwijzen ter onderbouwing naar productie
  8. Achter het aldus genummerde tabbladen in de bij conclusie van antwoord overgelegde multomap zitten geen stukken. Overigens is ook hier de toelichting onvoldoende. Niet duidelijk is immers welke zaken en diensten dan door AMS Engineering LLC werden geleverd terwijl uit de door Admeloira overlegde stukken blijkt dat de betalingen zijn gedaan aan [Gedaagde sub 1]. Dit deel van de vordering kan als onvoldoende gemotiveerd weersproken worden toegewezen. 2.34 Als claim 15 ten slotte wordt vergoeding tot een bedrag van Afl. 11.000, gevorderd in verband met zaken van Admeloira die zich in een twee containers van [Gedaagden] bevonden en niet zijn teruggegeven. Admeloira verwijst naar een proces-verbaal van bevindingen van de deurwaarder van 17 april
  9. Dat en waarom deze of enige en zo ja welke zaken aan Admeloira toebehoren is niet toegelicht. Nu [Gedaagden] ontkennen dat zich zaken van Admeloira in de container bevonden wordt dit deel van de vordering afgewezen. 2.35 Op grond van het voorgaande komt een bedrag van Afl. 2.286.045,31 voor toewijzing in aanmerking. Geen verweer is gevoerd tegen de gevorderde hoofdelijke veroordeling zodat die toewijsbaar is met uitzondering van de explootkosten. De gevorderde rente van af de datum van het verzoekschrift komt eveneens voor toewijzing in aanmerking 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt [Gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan Admeloira van een bedrag van Afl. 2.286.045,31 te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 6 oktober 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt [Gedaagden] hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Admeloira worden begroot op Afl. 7.500, aan griffierecht, Afl. 206,72 aan explootkosten voor [Gedaagde sub 1] en A&M ieder voor zich en Afl. 15.000, aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 31 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier. cva onder 4 bijlage L19 ontbreekt hier overigens en in het overzicht wordt die ook niet vermeld

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.