Uitspraak van 20 augustus 2018 Lar nr. AUA201703200 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, procederend in persoon, gericht tegen: de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 26 juli 2016 heeft verweerder een verzoek van appellant om hem een werk- en verblijfsvergunning te verlenen, afgewezen. Daartegen heeft appellant op 5 december 2016 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 23 november 2017 beroep ingesteld bij het gerecht. Bij beschikking van 7 mei 2018 heeft verweerder het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Op 8 mei 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat de termijn in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend. Ingevolge artikel 28, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt. Ingevolge artikel 32, aanhef en onder a, kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. 2.2 De beschikking op bezwaar is gedagtekend op 7 mei 2018, zodat de beroepstermijn is geëindigd op 24 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.