← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:473

Uitspraak van 20 augustus 2018 Lar nr. AUA201703200 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, procederend in persoon, gericht tegen: de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 26 juli 2016 heeft verweerder een verzoek van appellant om hem een werk- en verblijfsvergunning te verlenen, afgewezen. Daartegen heeft appellant op 5 december 2016 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 23 november 2017 beroep ingesteld bij het gerecht. Bij beschikking van 7 mei 2018 heeft verweerder het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Op 8 mei 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat de termijn in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend. Ingevolge artikel 28, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt. Ingevolge artikel 32, aanhef en onder a, kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. 2.2 De beschikking op bezwaar is gedagtekend op 7 mei 2018, zodat de beroepstermijn is geëindigd op 24 april

  1. Het beroepschrift, bij het gerecht ingekomen op 23 november 2017, is buiten deze termijn ingediend. 2.3 Bij brief van 9 januari 2018 heeft het gerecht appellant in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat hij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij niet bekend is met de wettelijke bepalingen. 2.4 Gelet op het voren overwogene, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 20 augustus 2018, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht. U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  2. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  3. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de dag van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.