GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 in Aruba, wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 mei 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez. De officier van justitie, mr. T. Akkerman, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft het woord gevoerd. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: 1. dat hij op of omstreeks 7 februari 2018 in Aruba - een revolver (van het merk Smith & Wesson en van het kaliber .32) en - een pistool (van het merk Glock en van het kaliber 9mm Lugger) en - een revolver (van het merk Ranger M.R. en van het kaliber .38 special) en - een pistool (van het merk Browning en van het kaliber .315) en - honderdveertien (scherpe) patronen (van verschillende kalibers), in elk geval (een) vuurwapen(
- s)en/of munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad; 2. dat hij op of omstreeks 7 februari 2018 in Aruba opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit en/of aanwezig heeft gehad. 3Voorvragen Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Bevoegdheid van het gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen B. Bewezenverklaring Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht: 1. dat hij op of omstreeks 7 februari 2018 in Aruba - een revolver (van het merk Smith & Wesson en van het kaliber .32) en - een pistool (van het merk Glock en van het kaliber 9mm Lugger) en - een revolver (van het merk Ranger M.R. en van het kaliber .38 special) en - een pistool (van het merk Browning en van het kaliber .315) en - honderdveertien (scherpe) patronen (van verschillende kalibers), in elk geval (een) vuurwapen(
- s)en/of munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad; 2. dat hij op of omstreeks 7 februari 2018 in Aruba opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit en/of aanwezig heeft gehad; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. 5Bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. Bewijsoverwegingen In het kader van een rechtshulpverzoek van de Arrondissementsparket Noord inzake een strafrechtelijk onderzoek tegen [broer verdachte] en tevens broer van verdachte, is op 7 februari 2018 een huiszoeking verricht in het perceel [adres]. In dit perceel zijn verdachte, zijn vriendin en zijn moeder woonachtig. In deze woning zijn tijdens de huiszoeking vier vuurwapens, munitie en verdovende middelen in de slaapkamer van verdachte aangetroffen. Een vuurwapen is op een tafel in een doos met persoonlijke spullen van verdachte gevonden. Een ander vuurwapen is in een kast van verdachte aangetroffen en twee vuurwapens zijn in een plastic doos inhoudende persoonlijke spullen van verdachte aangetroffen. De verdachte heeft aangevoerd dat de aangetroffen vuurwapens, munitie en verdovende middelen van zijn broer [broer verdachte] zijn, dat zijn broer de vuurwapens, munitie en verdovende middelen zonder zijn toestemming in zijn slaapkamer heeft bewaard en dat hij alleen op de hoogte was van het vuurwapen dat in zijn kast is aangetroffen. Het gerecht acht deze verklaring van verdachte onaannemelijk en ongeloofwaardig. Ten aanzien van de reden waarom zijn broer zonder zijn toestemming de vuurwapens en verdovende middelen in de slaapkamer van verdachte heeft bewaard en niet in zijn eigen slaapkamer in die woning heeft verdachte tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De plaatsen waar de vuurwapens en munitie zijn aangetroffen zijn plaatsen die bestemd zijn voor normaal en alledaags gebruik. In de mobiele telefoon van verdachte zijn foto’s van de inbeslaggenomen vuurwapens en pak inhoudende hennep aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij zelf die foto’s in de slaapkamer van zijn broer heeft gemaakt. Hij had de vuurwapens in zijn handen. Met de officier van justitie is het gerecht, gelet op alle feiten en omstandigheden, van oordeel dat verdachte op de hoogte was en opzet had op de aanwezigheid van de vuurwapens, munitie en verdovende middelen in de slaapkamer van verdachte. Bovendien had hij als beheerder en gebruiker van de woning de beschikkingsmacht over de genoemde goederen. 6Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: 1. Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd. 2. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening. Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten. 7Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten. 8Oplegging van straf of maatregel Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft een hoeveelheid hennep in zijn bezit gehad en een viertal vuurwapens met een groot aantal patronen in zijn slaapkamer voorhanden gehad. Hennep is een stof die gevaarlijk is voor de gezondheid van gebruikers, met alle gevolgen voor die gebruikers en voor de maatschappij van dien. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie kan gevaarlijke situaties met zich mee brengen en behoort tot een categorie feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde. Voorts brengt het bij de burgers gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd. Bij de strafoplegging heeft het gerecht voorts acht geslagen op de justitiele documentatie betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. 9Inbeslaggenomen voorwerpen Onttrekking aan het verkeer Ten aanzien van de in beslaggenomen vuurwapens en verdovende middelen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de tenlastegelegde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht. 11Beslissing Het gerecht: verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar; kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden; bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9 genoemde voorwerpen. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 8 juni 2018, in tegenwoordigheid van de griffier. Arubaanse strafzaak: Verdachte verordeeld voor bezit van
(4)vuurwapens, munitie en verdovende middelen. Verdachte had al beheerder en gebruiker van de woning de beschikkingsmacht van de gevonden vuurwapens, munitie en verdovende middelen in zijn kamer. Straf: Gevangenisstraf van 30 maanden.