Vonnis van 29 augustus 2018 Behorend bij A.R. 2544 van 2017/AUA201703149 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende te Aruba, woonplaats kiezende te Aruba, ten kantore van haar gemachtigde, eiseres, hierna ook te noemen: [Eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez, tegen: [Gedaagde] , wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ Eiseres], die in Nederland woont, heeft [Gedaagde] omstreeks november 2012 verzocht om huurpenningen te innen van een woning gelegen aan de [adres] te Aruba. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ Eiseres] vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [Gedaagde] tot betaling van Afl. 21.203,80, te vermeerderen met de wettelijke rente en 15 % incassokosten, alsmede veroordeling van [Gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 [ Eiseres] grondt de vordering erop dat [Gedaagde] niet alle ontvangen huurpenningen heeft afgedragen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een overzicht overgelegd van Administratiekantoor Croes. 3.3 [ Gedaagde] voert hiertegen verweer en heeft ter onderbouwing van zijn verweer een rapport overgelegd van Hart Financial & Insurance Consultants N.V. 4DE BEOORDELING 4.1 Partijen debatteren over de vraag of [Gedaagde] de voor [Eiseres] ontvangen huurpenningen correct heeft afgedragen. 4.2 Voorop wordt gesteld dat [Eiseres] niets heeft gesteld over de titel op grond waarvan zij gerechtigd zou zijn om huurpenningen te innen. Onduidelijk is derhalve of zij de eigenaar is van woning aan de [adres] te Aruba of dat deze woning onderdeel is van een nalatenschap met meerdere deelgerechtigden. In dit laatste geval zal [Eiseres] door de overige erfgenamen gevolmachtigd moeten zijn om de huurpenningen te innen. Hoe het ook zij, partijen hebben zich niet uitgelaten over deze rechtsvraag, zodat het gerecht er gemakshalve vanuit gaat dat [Eiseres] uit hoofde van haar eigendomsrecht bevoegd is om aanspraak te maken op de huurpenningen. 4.3 Voorts hebben partijen evenmin helderheid verschaft over de afspraken die zij in 2012 met elkaar hebben gemaakt. Niet in geschil is dat [Gedaagde] de huurpenningen zou gaan innen, maar onbekend is of hij dit om niet zou doen, of hij gehouden was om onderhoud te plegen aan de woning, op welke wijze hij de ontvangen huurpenningen zou door betalen aan [Eiseres] etc. Nu de inhoud van de overeenkomst tussen partijen onbekend is, is het niet mogelijk om de onderhavige vordering adequaat te beoordelen. 4.4 Daar komt bij dat partijen over en weer administratieve rapporten hebben overgelegd die niet met elkaar stroken. Zo baseert [Eiseres] haar vordering op het rapport van Croes. Zij stelt dat hieruit volgt dat [Gedaagde] in de periode 1 november 2012 tot en met 1 juli 2017 in totaal een bedrag van Afl. 42.600,00 aan huurpenningen heeft ontvangen. Hiervan heeft [Gedaagde] Afl. 12.498,95 aan haar doorbetaald en Afl. 8.897,25 aan onderhoud besteed. Aldus resteert - volgens [Eiseres] - een bedrag ad Afl. 21.203,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.