Vonnis van 19 september 2018 Behorend bij K.G. no. AUA201802273 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Naam X], wonende in Aruba, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna ook te noemen: [naam X], gemachtigden: de advocaten mrs. J.J. Steward en C. Martinus, tegen: [Naam Y], wonende in Aruba, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna ook te noemen: [naam Y], gemachtigde: mr. J.M. de Cuba. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties; - de tijdig aangekondigde akte van [naam Y] houdende een met grondslagen onderbouwde reconventionele eis; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak. 1.2 Uit die aantekeningen blijkt dat partijen ter zitting zijn verschenen, samen met hun respectieve gemachtigden. [naam Y] heeft ter zitting voormelde akte gediend, terwijl [naam X] geen bezwaar heeft gemaakt tegen het instellen door [naam Y] van een reconventionele eis. Partijen hebben in conventie en in reconventie in twee termijnen het woord gevoerd, beiden mede aan de hand van een overgelegde pleitnota die waren voorzien van toegelaten producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN in conventie 2.1 [ naam X] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. [naam Y] veroordeelt om binnen 7 dagen na de uitspraak van dit vonnis bij wijze van voorschot te betalen aan [naam X] Afl. 129.940,--, althans een door het Gerecht te bepalen ander bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 10 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; althans b. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt; c. [naam Y] veroordeelt in de proceskosten waaronder begrepen nog te maken nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de zevende dag na de uitspraak van dit vonnis. 2.2 [ naam Y] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [naam X] verzochte, kosten rechtens. in reconventie 2.3 [ naam Y] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: d. [naam X] beveelt om binnen twee dagen na de betekening aan haar van dit vonnis notaris [naam notaris 1] instrueert tot afgifte aan [naam Y] van het door die notaris in depot gehouden bedrag ad. Afl. 168.922,--; e. bepaalt dat [naam X] ten behoeve van [naam Y] een dwangsom verbeurt van Afl. 10.000,-- voor iedere dag dat [naam X] dat bevel niet opvolgt; f. [naam X] veroordeelt in de proceskosten. 2.4 [ naam X] voert verweer en concludeert dat [naam Y] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. in conventie en in reconventie 2.5 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING in conventie 3.1 [ naam X] stelt dat zij spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat zij een noodzakelijk medische (psychologische) behandeling dient te ondergaan die niet geheel door haar zorgverzekeraar wordt vergoed. [naam X] heeft echter om voor haar moverende redenen niet eens bij benadering inzicht gegeven ter zake van hoeveel voor haar rekening komende kosten er gemoeid gaan met die behandeling. Dat brengt mee dat het door [naam Y] bestreden standpunt van [naam X] op dit punt voldoende onderbouwing mist. Niet aannemelijk wordt geoordeeld dat [naam X] een rechtens te respecteren spoedeisend belang heeft bij (toewijzing van) haar vordering. Die vordering moet reeds daarom worden afgewezen. Daar komt het volgende nog bij. 3.2 Als grondslag voor haar vordering stelt [naam X] dat partijen een bemiddelingsovereenkomst hebben gesloten ter zake van de verkoop van de aan [naam Y] toebehorende woning, in die zin dat als [naam X] een koper zou vinden voor die woning, [naam Y] haar 10% van de verkoopprijs zou betalen aan commissie. Die stelling heeft [naam Y] gemotiveerd bestreden, waardoor die niet vast komt te staan. Het Gerecht ziet in het licht van dat gemotiveerde verweer evenmin grond om de stelling van [naam X] voorshands aannemelijk te oordelen. Dit klemt temeer omdat [naam X] geen helder doch vaag antwoord heeft gegeven op de aan haar gestelde vraag wanneer precies en hoe precies die beweerdelijke overeenkomst tot stand is gekomen, en [naam X] geen antwoord heeft kunnen geven op de vraag van het Gerecht in het licht van de stelling van [naam X] dat [naam Y] talloze malen het bestaan van bedoelde overeenkomst heeft erkend, wanneer en hoe precies die erkenningen hebben plaatsgevonden. De beweerdelijke erkenning van [naam Y] in de als productie 4 bij het verzoekschrift overgelegde email van [naam Y] aan mr. Steward betreft in elk geval geen onvoorwaardelijke erkenning. 3.3 Maar zelfs als het Gerecht er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat er tussen partijen een gave bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen zoals gesteld door [naam X], heeft het volgende te gelden. Voorshands aannemelijk wordt in dat geval geoordeeld dat [naam X] met betrekking tot de verkoop van de woning van [naam Y] naast die van opdrachtgever [naam Y] tevens tegen betaling van Afl. 8.480,-- de belangen heeft gediend van de (naar het oordeel van het Gerecht met notariskantoor [naam notaris 2] te vereenzelvigen) koper daarvan (te weten [naam notaris 2] of een door hem nader te noemen meester), zoals door [naam Y] met productie 7 bij haar pleitnota onderbouwd gesteld. Dit temeer omdat [naam Y] (in productie 1 van haar pleitnota) onbestreden heeft verklaard dat [naam X] (samen met de echtgenote van voornoemde koper, zijnde mede-eigenaresse van makerlaardij Remax) er telkens bij [naam Y] op heeft aangedrongen om het door haar te laag bevonden bod van de koper te accepteren. [naam Y] heeft onbestreden gesteld dat zij [naam X] voor het dienen van twee heren geen schriftelijke toestemming heeft gegeven in de zin van het bepaalde in artikel 7:427 BW in verbinding met het tweede lid van artikel 7:417 BW juncto het derde lid van artikel 7:408 BW. Dat brengt op de voet van het derde lid van artikel 7:417 BW mee dat [naam X] geen recht heeft op het beweerdelijke door haar bedongen bemiddelingsloon ad 10% van de opbrengst van de verkoop van de aan [naam Y] toebehorende woning. 3.4 Bij de hiervoor onder 3.2 en 3.3 vermelde stand van zaken valt reeds naar het oordeel van het Gerecht niet met grote mate van zekerheid te verwachten dat de bodemrechter de vordering van [naam X] zal toewijzen. Gelet daarop moet de thans door [naam X] verzochte voorziening worden geweigerd en kunnen alle overige stellingen van partijen, waaronder begrepen de onbestreden stelling van [naam Y] dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.