Parketnummer: P-2018/01490 Zaaknummer: 301 van 2018 Uitspraak: 28 september 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats], wonende in Aruba, [woonplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba. ONDERZOEK VAN DE ZAAK Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba. De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder primair (gekwalificeerde doodslag) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf. Zijn vordering behelst voorts: de teruggave van de in beslag genomen mobiele telefoon van het slachtoffer [slachtoffer] aan haar nabestaanden. De raadsman heeft vrijspraak bepleit conform zijn overgelegde pleitaantekeningen. TENLASTELEGGING Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat: Primair (gekwalificeerde doodslag) hij, op 3 november 2017 te Aruba, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij verdachte met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit/enige strafbare feiten, te weten -verkrachting van die [slachtoffer] (artikel 2:197 wetboek van strafrecht), -wederrechtelijke vrijheidsberoving van die [slachtoffer] (artikel 2:249 wetboek van strafrecht), en/of -diefstal van een geldbedrag van 1100 florin toebehorende aan [moeder slachtoffer] (artikel 2:288 wetboek van strafrecht), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit/die feiten voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; artikel 2:260 wetboek van strafrecht Subsidiair, indien ter zake de primair ten laste gelegde gekwalificeerde doodslag geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen: (verkrachting de dood ten gevolge hebbende) hij, op 3 november 2017 te Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van [slachtoffer], gebracht en/of gehouden, en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, -stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, -die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden, - die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of -een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden, waarbij levensgevaar voor die [slachtoffer] te duchten was en het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad; artikel 2:197 juncto artikel 2:210 lid 5 wetboek van strafrecht Meer subsidiair, indien ter zake de subsidiair ten late gelegde verkrachting met de dood ten gevolge hebbende geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen: A. (doodslag) hij, op 3 november 2017 te Aruba, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; artikel 2:259 wetboek van strafrecht en B. (verkrachting) hij, op 3 november 2017 te Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer], gebracht en/of gehouden, en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, -stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, -die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden, - die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of -een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden; artikel 2:197 wetboek van strafrecht en C. (diefstal met geweld) hij, op 3 november 2017 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1100 florin, althans geld, toebehorende aan [moeder slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, bestaande dat geweld hierin dat hij, verdachte, -stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, -die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden; artikel 2:288/2:291 wetboek van strafrecht en D. (wederrechtelijke vrijheidsberoving) hij, op 3 november 2017 te Aruba, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk die [slachtoffer] vastgebonden en vastgehouden in de woning op perceel [adres slachtoffer]; artikel 2:249 wetboek van strafrecht FORMELE VOORVRAGEN Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. BEOORDELING Diefstal Dat de verdachte een geldbedrag heeft gestolen, kan naar het oordeel van het Gerecht niet wettig en overtuigend worden bewezen. Hiertoe overweegt het Gerecht dat de verklaringen van [zus slachtoffer], waaruit de wetenschap van de verdachte van de aanwezigheid van het geldbedrag zou moeten blijken, juist op dit punt niet eenduidig zijn. De verdachte ontkent deze wetenschap te hebben gehad en ontkent het geldbedrag te hebben gestolen. Uit het dossier blijkt dat meerdere personen wetenschap hadden van de aanwezigheid van het geldbedrag op enig moment in de woning. Niet kan buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het geldbedrag zich die betreffende ochtend nog in de woning bevond en dat het de verdachte is geweest die dat geldbedrag heeft meegenomen. Gekwalificeerde doodslag en verkrachting de dood ten gevolge hebbende Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen (met name forensisch bewijs) kan naar het oordeel van het Gerecht wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het slachtoffer heeft vastgebonden en -gehouden, verkracht en gedood. Om te kunnen komen tot bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag en de subsidiair tenlastegelegde verkrachting de dood ten gevolge hebbende, is er bewijs nodig voor het oogmerk (de bedoeling) van de verdachte, de relatie tussen de misdrijven en de toedracht. Wat het oogmerk van de verdachte is geweest, en of en zo ja wat de relatie tussen deze misdrijven is geweest en wat zich precies heeft afgespeeld (de toedracht), is naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet vast te stellen. Het Gerecht tast hierover in het duister. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. De omstandigheid dat de verdachte ontkent/zwijgt maakt niet dat een keuze kan worden gemaakt voor het ene dan wel het andere denkbare scenario. Daarvoor is wettig en overtuigend bewijs nodig. Dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood met het oogmerk, dus met de bedoeling, om de vrijheidsberoving en de verkrachting te vergemakkelijken en/of zijn daderschap hiervan te verhullen, zoals primair is tenlastegelegd, is denkbaar, maar kan naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend worden bewezen. Immers, het Gerecht weet niet wat de bedoeling (het oogmerk) van de verdachte is geweest, wat de relatie tussen de misdrijven is geweest en wat zich heeft afgespeeld (wat de toedracht is geweest). Dat de verdachte de geweldshandelingen heeft gepleegd met het doel om het slachtoffer te verkrachten ten gevolge waarvan het slachtoffer is komen te overlijden, zoals subsidiair is tenlastegelegd, is ook denkbaar, maar kan naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend worden bewezen. Ook hier geldt dat het Gerecht niet weet wat de toedracht is geweest en wat de relatie tussen de misdrijven is geweest. Gelet op het hiervoor overwogene, kan naar het oordeel van het Gerecht niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder primair en subsidiair tenlastegelegde. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van het Gerecht uitsluitend wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het slachtoffer van haar vrijheid heeft beroofd, dat de verdachte het slachtoffer heeft verkracht en dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood, zoals onder meer subsidiair is tenlastegelegd. BEWEZENVERKLARING Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: A. (doodslag) hij, op 3 november 2017 te Aruba, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; en B. (verkrachting) hij, op 3 november 2017 te Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer], gebracht en/of gehouden, en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, -stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, en/of -die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden, en/of - die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of -een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden; en C. (diefstal met geweld) hij, op 3 november 2017 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1100 florin, althans geld, toebehorende aan [moeder slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, bestaande dat geweld hierin dat hij, verdachte, -stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, -die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden; en D. (wederrechtelijke vrijheidsberoving) hij, op 3 november 2017 te Aruba, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk die [slachtoffer] vastgebonden en vastgehouden in de woning op perceel [adres slachtoffer]; Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. BEWIJSMIDDELEN Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben. Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal Forensisch dossier van het Korps Politie Aruba, Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, registratienummer 1101-2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 mei 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps. - - - - - - - 1. Bijlage Blz. 12 * Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 mei 2018 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4], respectievelijk onderinspecteur, hoofdagent eerste klasse en brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal onderzoek plaats delict te [adres slachtoffer] , -zakelijk weergegeven-: Op vrijdag 3 november 2017, te 13:45 uur, werden wij, verbalisanten, naar het adres [adres slachtoffer] te Aruba gestuurd. Dit in verband met het aantreffen van het levenloze lichaam van een jonge vrouw en dat uit het toestand waarin zij aangetroffen werd, was het duidelijk dat zij door middel van geweld van het leven werd beroofd. In verband hiermee gingen wij ter plaatse voor het instellen van het forensisch onderzoek. Doodsconstatering Op 3 november 2017, werd door dokter D.I. Giel de dood van het slachtoffer genaamd: Achternaam : [slachtoffer] Voornamen : [slachtoffer] Adres : [adres slachtoffer] geconstateerd. Nader informatie: Van de geüniformeerde politie en de tactische recherche vernomen dat; - de zus het lichaam van het slachtoffer had aangetroffen, - dat de zus de plastic zak van het hoofd en de tape over de mond van het slachtoffer had verwijderd. Bovenverdieping (slaapkamer nr. 2) Op de vloer van deze slaapkamer zagen wij het half gekleed lichaam van een vrouw. Zij lag op haar rechterzij op een blauw laken. Haar onderlichaam was bloot. Wij zagen dat zij een bloedneus had en dat haar mond met doorzichtig tape was dichtgeplakt. De tape was vele keren over haar mond en rond haar nek gewikkeld. Tevens was over de tape een zakdoek (“bandana”) geplaatst en aan de nek vastgebonden. Bij het verwijderen van de plastic zak was het duidelijk zichtbaar dat de plastic zak over het hoofd van het slachtoffer was geplaatst en hierna dichtgeknoopt. Gewikkeld om haar hals zagen wij een zwart snoer. In haar hals zagen wij een steekwond. Haar handen waren vastgebonden aan haar opgetrokken benen. De handen en benen waren met doorzichtig tape, een stukje blauwe elektriciteit draad, een bruine snoer en zwarte veters vastgebonden. Bij het verwijderen van het lichaam zagen wij ook een stuk nagel. Deze was met bloed besmeurd. - - - - - - - 2. Bijlage Blz. 117 * Een geschrift, te weten een forensisch autopsierapport (no. S17-086) d.d. 8 november 2017, opgemaakt en ondertekend door dr. L. Althaus, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-: Last name: [slachtoffer] First name: [slachtoffer] Birth-date: [geboortedatum] Found death: 03.11.2017, ca.: 13:40 10. Conclusions The anatomic findings provide signs for severe blunt force (especially against the head), sharp force (stab wound on the frontal right neck extension) and suffocation, eventually in combination with compressing force against the neck (e.g. strangulation with a soft object) with intensive petechia on both upper and lower eyelids, on the mucosa of the upper and lower lip and on the skin of the face. The blunt force against the head caused a mild subdural hemorrhage and very likely a period of unconsciousness. The force against the nose could have caused an intensive external bleeding. The blunt force could be consisting of strokes (also with a fist) and/or kicks with the feet. The captivations took place when the victim was alive (remarkable hemorrhages) and able to move and to act, trying to free herself (different locations of ligature marks and bleedings). The stab wound led to a mild hemato-thorax of the right thoracic cavity (ca. 360 ml blood). The length of the wound canal could be reconstructed with ca. 4.5 cm. This wound did not cause the death. The morphological findings point to a single edged blade with a width of ca. 3 cm. Active or passive defensive wounds could not be found on the upper extremities. Because of the relatively small amount of blood in the right thoracic cavity, it seems possible that the stab had been the last injury, performed during the agonal phase. 12. Cause of death Suffocation, eventually in combination with compressing force against the neck. 13. Manner of death Non-natural. Homicide. - - - - - - - 3. Bijlage Blz. 126 * Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 november 2017 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal aanvraag voor benoeming deskundige DNA-onderzoek, -zakelijk weergegeven-: Voor de afname van sporenmateriaal werd gebruik gemaakt een onderzoeksset zedendelicten voorzien van de SIN-zegel ZAAC6832NL. Vraagstelling aan het NFI Van het sporenmateriaal ZAAC6832NL zaal een DNA-profiel moeten worden gemaakt en opgenomen te worden in de Arubaanse DNA-bank voor strafzaken. - - - - - - - 4. Bijlage Blz. 166 * Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 mei 2018 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal aanvraag voor benoeming deskundige DNA-onderzoek, -zakelijk weergegeven-: Tijdens forensisch onderzoek in de woning [adres slachtoffer] werden diverse bemonsteringen afgenomen en veiliggesteld. Ook werden er stukken van overtuiging inbeslaggenomen ten behoeve van het onderzoek. Van de bemonsteringen en de stukken van overtuiging is er een selectie gemaakt voor verder forensisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut. SIN-zegel SVO Plaats van aantreffen AAKI6374NL Knoop plastic zak Plastic zaak over het hoofd van het slachtoffer AAKI6378NL Bruine snoer Rond beide polsen en enkels van het slachtoffer AAKI6380NL Zwarte veters Rond beide polsen en enkels van het slachtoffer AAKI6381NL Tape op baddoek Op de vloer in slaapkamer nr. 3. AAKI6382NL Stuk nagel Op de vloer in slaapkamer nr. 2. Vraagstelling aan het NFI Van de SIN-zegels naar DNA-contactsporen laten onderzoeken. - - - - - - - 5. Bijlage Blz. 161 Een geschrift, te weten een rapport van Nederlands Forensisch Instituut te Nederland, op 14 februari 2018 opgemaakt en ondertekend door dr. B. Kokshoorn, betreffende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in de [adres slachtoffer] te [woonplaats] op 3 november 2017, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven -: Onderzoek naar biologische sporen De nageldelen zijn aan de holle zijde per vinger bemonsterd en veiliggesteld zoals vermeld onder “DNA-onderzoek”. De overige bemonsteringen uit de onderzoeksset zedendelicten ZAAC6832NL van het slachtoffer [slachtoffer] zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed, sperma (vloeistof) en/of speeksel. De resultaten van deze onderzoeken staan vermeld in tabel 1. Tabel 1 Resultaten onderzoek naar biologische sporen onderzoeksset zedendelicten ZAAC6832NL Omschrijving bemonstering Spermacellen waargenomen Aanwijzing Spermavloeistof Veiliggesteld R. bovenbeen binnenzijde ja ja ZAAC6832NL#01 L. Bovenbeen ja ja ZAAC6832NL#02 Buitenste schaamlippen ja ja ZAAC6832NL#03 Binnen v schaamlippen ja Deep vaginal ja Om de anus ja In de anus ja DNA-onderzoek ZAAC6832NL#01 t/m 03 bemonstering van het lichaam van slachtoffer (tabel 1). ZAAC6832NL#09 bemonstering van nageldelen van de linkerduim. ZAAC6832NL#10 bemonstering van nageldelen van de linkerwijsvinger. ZAAC6832NL#11 bemonstering van een nageldeel van de linkermiddelvinger. ZAAC6832NL#12 bemonstering van nageldelen van de linkerringvinger. Resultaten, interpretatie en conclusie Van de aangeleverde referentiemonsters zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. In tabel 2 staat vermeld van wie het celmateriaal op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn. Dit betekent dat als een persoon niet vermeld wordt, er op basis van het vergelijkend DNA-onderzoek geen aanwijzing is voor de aanwezigheid van celmateriaal van deze persoon in die bemonstering. Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek SIN Celmateriaal kan afkomstig zijn van Matchkans DNA-profiel ZAAC6832NL#01 - [verdachte] (sperma) - [slachtoffer] Niet berekend ZAAC6832NL#02 - [verdachte] (sperma) - [slachtoffer] Niet berekend ZAAC6832NL#03 -[verdachte] (sperma) - [slachtoffer] Kleiner dan 1 op 1 miljard ZAAC6832NL#09 - [verdachte] - [slachtoffer] Niet berekend ZAAC6832NL#10 - [verdachte] - [slachtoffer] Niet berekend ZAAC6832NL#11 - [verdachte] - [slachtoffer] Niet berekend ZAAC6832NL#12 - [verdachte] - [slachtoffer] Kleiner dan 1 op 1 miljard - - - - - - - 6. Aanvullend bijlage: Een geschrift, te weten een rapport van Nederlands Forensisch Instituut te Nederland, op 12 juli 2018 opgemaakt en ondertekend door dr. S. van Soest, betreffende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [adres slachtoffer] te [woonplaats] op 3 november 2017, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-: Vraagstelling Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van wie het DNA in het onderzoeksmateriaal en de bemonsteringen afkomstig kan zijn. Onderzoek naar biologische sporen Plastic zak AAKI6374NL Het onderzoeksmateriaal betreft een plastic zak met daarin een knoop. De plastic zak is ter hoogte van de knoop bemonsterd. De bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAKI6374NL#01 voor een DNA-onderzoek. Bruin snoer AAKI6378NL Het onderzoeksmateriaal betreft twee stukken snoer. De oorspronkelijke uiteinden van het snoer en de knopen in het snoer zijn bemonsterd gericht op mogelijk aanwezig DNA van diegene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.