← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:596

Beschikking van 2 oktober 2018 behorend bij EJ nr. AUA201800185 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd. met betrekking tot de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 in Aruba, Belanghebbenden: [de moeder], de moeder, gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn, [de vader], de vader, gemachtigde: mr. R.J. Kock, [de voorgestelde gezinsvoogdes] van de FUNDACION GUIA MI, de voorgestelde gezins. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 22 januari 2018, het minderjarigenverhoor van 12 maart 2018, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 maart 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde, de vader bij zijn gemachtigde, mevrouw [de voorgestelde gezinsvoogdes] namens de Fundacion Guia Mi en mevrouw [medewerkster] namens de Voogdijraad. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is [de minderjarige] op [geboortedatum] 2005 geboren. 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 23 september 2013 (EJ nr. 1185/13) is de echtscheiding uitgesproken tussen de vader en de moeder. De moeder heeft thans het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige. 3HET VERZOEK 3.1 Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar met benoeming van [de voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes. 3.2 De Voogdijraad heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is geen communicatie tussen de ouders. Moeder werkt niet consistent mee met het opbouwen van de omgang tussen de vader en de minderjarige. De minderjarige wil de vader niet zien en de moeder ondersteunt de minderjarige hierin in die zin dat zij van mening is dat de vader het standpunt van de minderjarige moet respecteren als hij de vader niet wenst te zien. Een ondertoezichtstelling is de meest geindiceerde kinderbeschermingsmaatregel om aan het recht van de minderjarige op omgang met zijn vader invulling te geven. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. 4.2 Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd. Het verzoek wordt derhalve afgewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven op 2 oktober 2018 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.