← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:6

Uitspraak van 8 januari 2018 Aua201702110 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: Him (Aruba) N.V., gevestigd in Aruba, APPELLANTE, gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix, gericht tegen: De minister van Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Bij brief van 3 maart 2017 heeft verweerder, appellante bericht dat de verzochte precariovergunning verleend kan worden na de betaling van een factuur (factuurdatum 31 januari 2017) ten bedrage van Afl. 192.394 waaronder een bedrag van Afl. 192.375 aan precariokosten. De factuur is bij de brief gevoegd. Daartegen heeft appellante op 12 april 2017 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 29 augustus 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN Factuur 31 januari 2017 2.1 Voor zover het beroep gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op het tegen de factuur van 31 januari 2017 gemaakte bezwaar overweegt het gerecht dat de belastingrechter bevoegd is hierover kennis te nemen (zie onder andere ECLI:NL:OGEAA:2017:674 en 675). 2.2.1 De brief van 3 maart 2017 dient, gelet op de bewoordingen daarvan, naar het oordeel van het gerecht te worden aangemerkt als de weigering van verweerder aan appellante een zogenoemde precariovergunning te verlenen, nu appellante daarbij te kennen wordt gegeven dat indien zij niet binnen 30 dagen de verschuldigde precario voldoet, de vergunning niet zal worden verleend. Aldus behelst deze brief een beschikking, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Lar. Voor zover het beroep hiertegen gericht is overweegt het gerecht dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift. 2.2.2 Ingevolge artikel 32, aanhef en onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. De vaststelling dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar is genomen en de omstandigheid dat geen verweer door verweerder is gevoerd, maken dat de ongemotiveerde, als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende, beschikking kennelijk niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen. 2.3 Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellante hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 500,- aan gemachtigdensalaris. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep, voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing op het door appellante tegen de factuur van 31 januari 2017 gemaakte bezwaar; - verklaart het beroep voor het overige gegrond; - vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante; - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-; - gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald. Deze beslissing werd gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 8 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.