Uitspraak van 15 oktober 2018 Zaaknummer: AUA 201703414 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo, gericht tegen: de MINISTER VAN JUSTITIE EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Op 9 mei 2017 heeft appellant een verzoek ingediend tot afgifte van een verklaring dat hij van rechtswege is toegelaten. Tegen het uitblijven van een beslissing op dat verzoek heeft hij op 8 augustus 2017 een bezwaarschrift ingediend. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 6 december 2017 beroep ingesteld. Op 15 maart 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2018 waar appellant, vertegenwoordigd door mr. Carlo voornoemd, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. Van Wilgen voornoemd, zijn verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Bij beslissing van 15 maart 2018 heeft verweerder het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Een afschrift van deze beslissing op bezwaar is bij het verweerschrift gevoegd. Ter zitting heeft appellant te kennen gegeven dat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Onder deze omstandigheden behoudt appellant procesbelang bij het onderhavige beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar (vgl. GHvJ 20 november 2015, ECLI:NL:OGHACMB:2015:33). 2.2 Ter zitting is gebleken dat appellant nog beschikt over een hem in het verleden afgegeven verklaring voor recht, welke verklaring kennelijk niet is ingetrokken of van rechtswege is vervallen. Nu appellant ter zitting te kennen heeft gegeven dat hij “voor alle zekerheid” een nieuwe verklaring heeft verzocht maar dat hij nog altijd gebruik maakt van de verklaring die hij heeft, heeft hij geen belang bij afgifte van een nieuwe verklaring. Reeds hierom is zijn beroep gericht tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar ongegrond. Gelet hierop behoeft hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd geen bespreking. 2.3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 15 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.