Parketnummer: P-2018/02739 Zaaknummer: 331 van 2018 Uitspraak: 4 oktober 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op donderdag, 13 september 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. C.S. Edwards, occuperende voor mr. P.M.E. Mohammed. De benadeelde partij dhr. [benadeelde partij], heeft zich, bij monde van zijn gemachtigde, mw. [gemachtigde], ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van poging tot doodslag, zoals primair ten laste is gelegd, te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat hij op of omstreeks 17 maart 2018 te Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, opzettelijk die [benadeelde partij] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn borst en/of buik en/of been, althans het lichaam heeft gestoken terwijl de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:259/2:262 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 17 maart 2018 te Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de borst en/of buik en/of been van die [benadeelde partij] heeft gestoken terwijl de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:275 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 17 maart 2018 in Aruba, opzettelijk met een wapen, te weten een mes, althans een scherp/puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening opzettelijk die [benadeelde partij] meermalen, althans eenmaal, met een mes althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn borst en/of buik en/of been heeft gestoken; (artikel 2:273 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) 3Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Bewijsoverwegingen 4.1.Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde dient worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer meermalen in zijn lichaam heeft gestoken. Gelet op de persoon van het slachtoffer, kan niet uitgesloten worden dat het slachtoffer door iemand anders overvallen en/of gestoken kon zijn. 4.2.Oordeel van het Gerecht Uit de stukken in het dossier blijkt dat het slachtoffer en zijn gezin sinds februari 2017 in de woning van verdachte te [adres 1]wonen, tegen betaling van Afl. 1000,00 per maand. Sindsdien zijn tussen verdachte en het slachtoffer diverse problemen gerezen. Op 16 maart 2018 rond 19.30 uur had verdachte de elektriciteit uitgeschakeld. Hierover ontstond tussen hen na middernacht een discussie en een vechtpartij in de woning. Na afloop liep het slachtoffer naar buiten, waar hij plotseling door verdachte met een mes werd aangevallen. Het slachtoffer liep als gevolg hiervan een steekwond aan zijn linkerborst, een steekwond aan zijn buik en drie steekwonden aan zijn linker bovenbeen. Vervolgens had het slachtoffer het mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, van verdachte proberen af te pakken, om te voorkomen dat verdachte hem verder zou steken. Zijn linker wijsvinger raakte hierbij verwond. Hierna liep het slachtoffer zijn woning binnen en zei tegen zijn dochter [dochter benadeelde partij]dat verdachte hem gestoken had en verzocht hij haar om de politie op te bellen. Op dat moment zag [dochter benadeelde partij] dat haar vader hevig aan het bloeden was. Op een gegeven moment hoorde de dochter van verdachte water in de badkamer van verdachte stromen en op het moment dat de politie arriveerde liep verdachte net de badkamer uit. Ten aanzien van de door de verdediging opgeworpen vraag of verdachte degene is geweest die het slachtoffer meermalen heeft gestoken, wordt als volgt overwogen. Het Gerecht heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van het slachtoffer en zijn dochter, aangezien zij kort na het incident zijn afgelegd en verdachte ter plaatse was. De dochter heeft verklaard dat verdachte zich in de badkamer bevond en daar bleek hij ook te zijn toen verbalisanten arriveerden. Voorts biedt het dossier geen aanwijzingen voor de mogelijkheid dat een ander dan verdachte ter plaatse was en het slachtoffer gestoken kan hebben. Behalve het slachtoffer en zijn kinderen, was verdachte de enige die zich in het huis bevond. De door de raadsvrouw genoemde standpunt dat het slachtoffer door iemand anders gestoken zou zijn, vindt dan ook geen steun in de voorhanden zijnde bewijsmiddelen. Voorwaardelijk opzet Het Gerecht ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat verdachte boos opzet had op de dood van het slachtoffer. Het Gerecht ziet zich daarom voor de vraag gesteld of er sprake is geweest van opzet in voorwaardelijke zin. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop heeft toegenomen). Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met een mes, althans een scherp voorwerp, het slachtoffer meermalen heeft gestoken, waarbij verdachte hem op diverse plaatsen in het lichaam heeft geraakt. Uit de aangifte en de medische verklaring volgt dat het slachtoffer onder meer steekwonden heeft vlak onder het borstbeen en in zijn buik. Door diverse malen ongecontroleerd met een scherp en of puntig voorwerp op het slachtoffer in te steken, waarbij het slachtoffer vlak onder het borstbeen en in zijn buik is geraakt, was er een aanmerkelijke kans dat het mes vitale organen zou raken en dat aangever daardoor zou komen te overlijden. Gelet op de locatie waar het slachtoffer is geraakt – onder het borstbeen en in de buik- leidt het Gerecht af dat verdachte op dat moment bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer dodelijk zou kunnen raken. Aldus kan ten minste voorwaardelijk opzet op de dood worden aangenomen. 5Bewezenverklaring Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande: dat hij op of omstreeks 17 maart 2018 te Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, opzettelijk die [benadeelde partij] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn borst en/of buik en/of been, althans het lichaam heeft gestoken terwijl de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. 6Bewijsmiddelen Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Afdeling Divisie Algemene Recherche, administratienummer 99/2018, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 juli 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij voormeld korps. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben. Bijlage 4 * Een proces-verbaal van bevindingen , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 maart 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] respectievelijk brigadier eerste klasse, agent eerste klasse en agent in opleiding bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van relaas verbalisanten, -zakelijk weergegeven-: Op zaterdag 17 maart 2018, te [adres 1], trof de surveillance [benadeelde partij] aan. [benadeelde partij] had bloed op zijn T-shirt en op zijn spijkerbroek. [benadeelde partij] verklaarde dat de eigenaar [verdachte], hem twee keer heeft gestoken en vervolgens liep [verdachte] weg en [benadeelde partij], naar binnen en zei tegen zijn dochter [dochter benadeelde partij] dat hij door de eigenaar van het huis is gestoken. Het personeel van Ambulance kwam ter plaatse en behandelde [benadeelde partij]. Het personeel van Ambulance verklaarde dat [benadeelde partij], twee steek wonden heeft één boven zijn navel en één aan zijn linker been. Bijlage 8 * Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 maart 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 5], respectievelijk brigadier eerste klasse en brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever [benadeelde partij], -zakelijk weergegeven-: Ik wil aangifte van mishandeling met een wapen en poging doodslag doen tegen de man genaamd [verdachte]. Op 17 maart 2018, omstreeks 01:00 uur ben ik thuis aangekomen. Bij mijn aankomst kregen [verdachte] en ik een discussie in de woonkamer. Nadat we even met elkaar hadden gediscussieerd liep ik naar buiten om naar mijn auto te gaan. Plotseling werd ik door [verdachte] met een mes aangevallen. Ik werd meteen achter elkaar met een mes gestoken. Ik werd eerst aan mijn borst gestoken. Hierna werd ik nog enkele keren door [verdachte] met het mes gestoken. Ik heb een steekwond aan mijn linkerborst, een steekwond aan mijn buik en drie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.