Vonnis van 17 oktober 2018 Behorend bij K.G. no. AUA201802901 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het kort geding tussen: [de vrouw], wonende in Aruba te [adres 1], eiseres, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: [de man], wonende in Aruba aan de [adres 2], doch feitelijk verblijvende te [adres 1], gedaagde, hierna ook te noemen: de man, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de producties van beide partijen; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 3 oktober 2018, waaruit blijkt dat [de vrouw] in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en [de man] in persoon is verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken alsmede op grond van de niet weersproken inhoud van de producties kan van het volgende worden uitgegaan. 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad, die ruim 4 jaar geleden is geëindigd. Partijen wonen nog steeds samen in de woning gelegen te [adres 1] in Aruba. De vrouw is eigenaar van die woning. Na het beëindigen van de relatie zou de man de woning verlaten. Dat heeft hij nog niet gedaan. 2.2 Bij brief van 2 februari 2018 is de man gesommeerd de woninguiterlijk 28 februari 2018 te verlaten. De man heeft hierop niet gereageerd. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 De vrouw vordert - naar het gerecht begrijpt - in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: - de man te bevelen om binnen 48 uur, althans een door de rechter te bepalen termijn, de woning van de vrouw te verlaten, onder medeneming van al zijn persoonlijke goederen, met machtiging aan de vrouw om bij gebreke van dien ontruiming van die woning zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm, zulks onder verbeurte van een dwangsom indien de man nalaat aan dit vonnis te voldoen, - de man te bevelen de woning zonder de uitdrukkelijke toestemming van de vrouw niet meer te betreden, - met veroordeling van de man in de proceskosten. 3.2 De man heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen en stemt in met de ontruiming. De man voert echter verweer tegen de verzochte termijn, waarbinnen hij de woning dient te verlaten. 3.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 De spoedeisendheid van de vorderingen blijkt voldoende uit de aard van de vorderingen en de daaraan ten grondslag liggende stellingen. 4.2 Met haar vordering tot ontruiming beoogt de vrouw een einde te maken aan een naar haar mening onrechtmatige situatie, te weten dat de man haar woning zonder recht of titel blijft bewonen. Niet gebleken is van enige verplichting zijdens de vrouw om de man in de woning te laten verblijven. Nu voorshands vaststaat dat de man thans de woning zonder recht of titel bewoont is de vordering tot ontruiming toewijsbaar. De man heeft ter zitting ook ingestemd met de verzochte ontruiming. 4.3 De man heeft ter zitting verzocht om de termijn waarbinnen hij de woning dient te ontruimen te stellen op 1 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.