Parketnummers: P-2018/06529 en P-2018/02427 Zaaknummers: 503 van 2018 en 504 van 2018 Uitspraak: 9 november 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats], wonende in Aruba, [adres], thans alhier gedetineerd. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed, advocaat in Aruba. De benadeelde partij in de zaak met parketnummer P-2018/06529, [benadeelde partij], heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. De officier van justitie, mr. T. Akkerman, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het in de zaak met parketnummer P-2018/06529 onder primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer P-2018/02427 onder subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, ook als die inhouden het werken aan zijn alcoholproblematiek alsmede het volgen van een agressie regulatie training (ART). Hij heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd in de zaak met parketnummer P-2018/02427. Zijn vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van Afl. 4.722,-, bestaande uit Afl. 2.222,- aan materiele schade en Afl. 2.500,- aan immateriële schade, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen hij overigens heeft gevorderd en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: In de zaak met parketnummer P-2018/06529 dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 te Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes steekbewegingen in de richting van de buikstreek van die [benadeelde partij] heeft gemaakt en/of die [benadeelde partij] in/door zijn hand heeft gestoken, welke hand die [benadeelde partij] (ter afwering van de steekbeweging) voor zijn buik hield terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 in Aruba opzettelijk [benadeelde partij] heeft mishandeld met een wapen, immers heeft hij toen aldaar die [benadeelde partij], met een mes in/door de hand van die [benadeelde partij] gestoken, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer verdoofde vingers, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn ondervond; (artikel 2:273 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 in Aruba opzettelijk ter uitvoering van het door verdachte’s voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] te mishandelen met een wapen, die [benadeelde partij], toen, aldaar met een mes in/door de hand van die [benadeelde partij] heeft gestoken, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer verdoofde vingers, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn ondervond terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:273 lid 3 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) In de zaak met parketnummer P-2018/02427 hij op of omstreeks 17 november 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst heeft getracht te steken en/of in het been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:259 jo. 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij op of omstreeks 17 november 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst heeft getracht te steken en/of in het been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:275 jo. 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij op of omstreeks 5 augustus 2017 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Wapenverordening, door die [slachtoffer] met bedoeld mes, althans scherp en/of puntig voorwerp, in het been te steken; (artikel 2:273 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak in de zaak met parketnummer P-2018/02427 van het primair en het subsidiair ten laste gelegde feit Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer P-2018/02427, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Het Gerecht is voorts van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer P-2018/02427, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken Bewezenverklaring Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer P-2018/06529 onder primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer P-2018/02427 onder meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: In de zaak met parketnummer P-2018/06529 dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 te Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes steekbewegingen in de richting van de buikstreek van die [benadeelde partij] heeft gemaakt en/of die [benadeelde partij] in/door zijn hand heeft gestoken, welke hand die [benadeelde partij] (ter afwering van de steekbeweging) voor zijn buik hield terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 in Aruba opzettelijk [benadeelde partij] heeft mishandeld met een wapen, immers heeft hij toen aldaar die [benadeelde partij], met een mes in/door de hand van die [benadeelde partij] gestoken, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer verdoofde vingers, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn ondervond; althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op of omstreeks 2 juli 2018 in Aruba opzettelijk ter uitvoering van het door verdachte’s voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] te mishandelen met een wapen, die [benadeelde partij], toen, aldaar met een mes in/door de hand van die [benadeelde partij] heeft gestoken, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer verdoofde vingers, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn ondervond terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; In de zaak met parketnummer P-2018/02427 hij op of omstreeks 17 november 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst heeft getracht te steken en/of in het been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij op of omstreeks 17 november 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst heeft getracht te steken en/of in het been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij op of omstreeks 5 augustus 2017 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Wapenverordening, door die [slachtoffer] met bedoeld mes, althans scherp en/of puntig voorwerp, in het been te steken; Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer P-2018/06529 Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Afdeling Justitiële en Vreemdelingen Politie, Onderafdeling Justitiële Politie, Sectie Divisie Algemene Recherche 1, administratienummer: A-081/18, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 juli 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse en ingedeeld bij de Recherche District 1 bij voormeld korps. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben. * Een proces-verbaal, bijlage 8, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever [benadeelde partij] -zakelijk weergegeven-: Vanmorgen omstreeks 01:00 uur, werd ik door een voor mij onbekende man met een grote keuken mes, gestoken. In de weekeindes werk ik als bewaker /portier bij de bar [naam bar], gelegen op [adres bar], Aruba. De man maakte een stekende beweging richting mijn buik. Om te voorkomen dat de man mij met de mes mij in mijn buik stak, plaatste ik mijn linker hand voor mijn buik. De mes perforeerde mijn hand. De man zelf haalde de mes vanuit mijn hand en rende de zaak uit. Ik werd door derden teruggehouden waar ik later medische behandelingen door het personeel van de ambulance dienst heb gekregen. Daarna werd ik door hen bij het hospitaal vervoerd. Bij de polikliniek werd ik door de poortarts behandeld. Aan de achterzijde en binnenzijde van mijn linkerhand ontving ik enkele hechtingen. * Een proces-verbaal, bijlage 8, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voorzover inhoudende een geschrift zijnde aanvraagformulier medische informatie ingevuld en ondertekend door [arts] d.d. 2 juli 2018: Omschrijving letsel: streepvorming wond + 4 cm aan de voor- en achterkant van de hand, vermoedelijk door de hand heen. * Een proces-verbaal, bijlage 4, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 juli 2018 gesloten en getekend door J.O. Croes, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 1] -zakelijk weergegeven-: Ik was gister bij [bar]. Ik zag dat een onbekende man een steekbeweging in de richting van de beveiliger deed. Ik zag dat de beveiliger zijn hand voor zijn buik deed om de mes te ontwijken en werd hierdoor in zijn hand gestoken. Ik zag dat de mes helemaal door en door de hand van de beveiliger ging. Nadat dit was gebeurd rende voornoemd onbekende man weg. Ik moet verder aan u vertellen dat de beveiliger buiten bewust viel. Ik vermoed dat hij buiten bewust viel omdat hij veel bloedde. * Een proces-verbaal, bijlage 6, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 2] -zakelijk weergegeven-: Ik ben mede eigenaar van [bar], gevestigd op de [adres bar]. Op 2 juli 2018 omstreeks 01:00 uur werd de portier door een klant met een groot keukenmes gestoken. (..) Ik zag dat de klant die ik van aanzicht ken een groot keukenmes tevoorschijn nam. Hij nam de mes vanuit de voorzijde van zijn broek. Daarna zag toen hij de portier ermee heeft gestoken. Hij maakte een zeer snelle opwaarts beweging met de mes richting de buik van de portier. Ik zag toen de portier de mes met zijn linkerhand trachtte te blokkeren om te voorkomen dat hij in zijn buik werd gestoken. Het lukte de portier de mes niet te blokkeren en hij werd op zijn linkerhand gestoken. De portier begon meteen van zijn hand te bloeden. Er was veel bloed. Nadat de man de portier heeft gestoken, rende hij de zaak uit met de mes in zijn hand. Hij rende richting de politiewacht te Oranjestad. Samen met andere klanten rende ik hem achterna. Voordat hij bij de voornoemde politiewacht aankwam, zag ik waar hij het mes heeft gegooid (..) Ik ging het mes halen waar hij het heeft gegooid. Ik pakt het op en overhandigde het aan een politieambtenaar. * Een proces-verbaal, bijlage 12, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als 2de verhoor van verdachte -zakelijk weergegeven-: Op gegeven moment nam ik een mes tevoorschijn om mij tegen hen te verdedigen. Ik kan echt niet herinneren vanwaar ik bedoelde mes had genomen. Ik weet dat ik een man met een mes heb gestoken. Ik kan niet herinneren wat voor soort mes het was. Ik weet wel dat nadat ik de man met de mes heb gestoken, dat ik vanuit de discotheek wegrende. * Fotoblad, bijlage 14, met en foto erop van de inbeslaggenomen mes * Fotoblad, bijlage 15, met en foto erop van de inbeslaggenomen mes Bewijsoverwegingen in de zaak met parketnummer P-2018/06529 Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat verdachte boos opzet had op de dood van het slachtoffer. Het Gerecht ziet zich daarom voor de vraag gesteld of er sprake is geweest van opzet in voorwaardelijke zin. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de dood - is aanwezig indien de betreffende verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging deze aanmerkelijke kans in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de aanmerkelijke kans afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de betreffende verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met een keukenmes, [benadeelde partij] eenmalig in zijn linkerhand heeft gestoken. Uit de aangifte en de medische verklaring volgt dat het mes dóór de hand heen is gegaan. [benadeelde partij] heeft als gevolg hiervan een steekwond van ongeveer 4 cm opgelopen. Door met een fors keukenmes op korte afstand een stekende beweging in de richting van [benadeelde partij]’s buik te maken heeft verdachte willens en wetens de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten kans aanvaard dat hij [benadeelde partij] in (een) vita(a)l(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.