Vonnis van 21 november 2018 Behorend bij A.R. AUA201801733 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: [gedaagde], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: gedaagde, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 19 september 2018; - de overgelegde producties zijdens eiseres; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 23 oktober 2018. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Op 24 juni 2014 zijn eiseres en gedaagde een overeenkomst van verbruikleen aangegaan, waarbij zij zijn overeengekomen dat gedaagde een bedrag van Afl. 13.121,41 ter leen van eiseres ontvangt en zij zich verbindt om een bedrag van Afl. 24.424,80 (inclusief rente en kosten) in 60 maandelijkse termijnen van Afl. 407,08 aan eiseres terug te betalen. 2.2 Gedaagde is in gebreke gekomen met de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 2.3 Bij brief van 8 mei 2018 is gedaagde door eiseres in gebreke gesteld. 2.4 Op 25 mei 2018 heeft het gerecht eiseres verlof verleend voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder het Land Aruba ten laste van gedaagde. 2.5 Op 30 mei 2018 heeft eiseres dat beslag doen leggen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eiseres vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van gedaagde te veroordelen te betalen de som van Afl. 9.346,05, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,4% per maand vanaf 31 maart 2018 tot een maximum van Afl. 11.303,39 en na het bereiken van dat maximum te vermeerderen met de wettelijke rente, vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten en gedaagde te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten. 3.2 Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de uit te overeenkomst voortvloeiende terugbetalingsverplichting. 3.3 Gedaagde voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Gedaagde betwist niet dat zij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende terugbetalingsverplichting. Zij verzet zich wel tegen de hoogte van het door eiseres gevorderde maximum rentebedrag. Deze stelling heeft eiseres gemotiveerd weersproken. Hiertoe wordt als volgt overwogen. 4.2 Uit de loan voucher moest voor gedaagde duidelijk zijn geweest hoeveel geld zij heeft geleend (Afl. 13.121,41), hoeveel rente (Afl. 11.303,39), hoeveel premie levensverzekering (Afl. 1.08,04) zij daarover zou betalen en hoeveel maanden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.