Vonnis van 21 november 2018 Behorend bij A.R. AUA201801728 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: [gedaagde], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: gedaagde, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 19 september 2018; - de producties zijdens eiseres overgelegd op 18 oktober 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie na antwoord op 23 oktober 2018. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Op 5 maart 2015 zijn eiseres en gedaagde een overeenkomst van verbruikleen aangegaan, waarbij zij zijn overeengekomen dat gedaagde een bedrag van Afl. 12.276,01 ter leen van eiseres ontvangt en hij zich verbindt om een bedrag van Afl. 22.965,- (inclusief rente en kosten) in 60 maandelijkse termijnen van Afl. 382,75 aan eiseres terug te betalen. 2.2 Gedaagde is in gebreke gekomen met de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 2.3 Bij brief van 8 mei 2018 is gedaagde door eiseres in gebreke gesteld. 2.4 Op 25 mei 2018 heeft het gerecht eiseres verlof verleend voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder het Land Aruba ten laste van gedaagde. 2.5 Op 31 mei 2018 heeft eiseres dat beslag doen leggen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eiseres vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van gedaagde te veroordelen te betalen de som van Afl. 13.054,58, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,5% per maand vanaf 30 juni 2016 tot een maximum van Afl. 10.688,99 en na het bereiken van dat maximum te vermeerderen met de wettelijke rente, vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten en gedaagde te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten. 3.2 Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de uit te overeenkomst voortvloeiende terugbetalingsverplichting. 3.3 Gedaagde voert hiertegen verweer, dat zonodig bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Gedaagde betwist niet dat hij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende terugbetalingsverplichting. Hij verzet zich wel tegen de hoogte van het door eiseres gevorderde maximum rentebedrag. Deze stelling heeft eiseres gemotiveerd weersproken. Hiertoe wordt als volgt overwogen 4.2 Uit de loan voucher moest voor gedaagde duidelijk zijn geweest hoeveel geld hij heeft geleend (Afl. 12.276,01), hoeveel rente (Afl. 10.688,99), hoeveel premie levensverzekering (Afl. 976,01) hij daarover zou betalen en in hoeveel maanden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.