← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:703

Beschikking van 20 november 2018 behorend bij AUA201800953 EJ GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: [Verzoekster], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg, en: [Verweerder], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 9 oktober 2018, hierna is de zaak verwezen naar de rol van heden voor uitspraak ten aanzien van het alimentatieverzoek. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Vast staat dat partijen in artikel II.4 van het echtscheidingsconvenant d.d. 29 september 2015 zijn overeengekomen dat de vader met een bedrag van Afl. 300,- zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De moeder heeft tevens via beslaglegging betaling trachten te verkrijgen, hetgeen niet is gelukt. 2.2 De vader heeft ter zitting het overeengekomen bedrag niet betwist, zodat het bedrag van Afl. 300,- wordt toegewezen. 2.3 Tevens heeft de moeder gesteld dat de vader achterstallig is met de betaling van de overeengekomen alimentatie. Volgens de moeder betaalde de vader ingaande januari 2016 tot en met november 2017 een bedrag van Afl. 100,- per maand en in december 2017 heeft hij Afl. 200,- betaald. In totaal is de achterstand tot en met maart 2018 opgelopen tot Afl. 4.700,-, aldus de moeder. Voorts heeft de moeder gesteld dat de vader ingaande januari 2018, via de Voogdijraad, met een bedrag van Afl. 300,- bijdraagt aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. 2.4 De vader heeft aangevoerd dat hij ingaande januari 2016 tot januari 2018 met contant geld aan de moeder heeft betaald. De moeder heeft dit weersproken. Het lag evenwel op de weg van vader om concreet aan te geven op welke dagen en welke bedragen hij aan moeder zou hebben gegeven en of daar getuigen bij aanwezig waren. Nu de vader zijn verweer niet dan wel onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd, zal de vader geen bewijs van zijn stelling worden opgedragen. Dat het bedrag aan achterstallige kinderalimentatie meer dan Afl. 4.700,- bedraagt is door de moeder verder niet onderbouwd, zodat het gevorderde bedrag ad Afl. 6.000,00 wordt afgewezen. Het verzoek van de vrouw ter zake achterstallige alimentatie ad Afl. 4.700,- wordt wel toegewezen. 2.5 Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag over de minderjarige zal worden aangehouden in afwachting van het advies van de Voogdijraad. 3DE BESLISSING Het gerecht: 3.1 bepaalt de bijdrage van [Verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba op Afl. 300,- per maand, met ingang van heden, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, 3.2 bepaalt dat de vader aan de moeder het bedrag van Afl. 4.700,- dient te betalen ter zake van achterstallige kinderalimentatie, 3.3 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, 3.4 wijst het meer of anders verzochte af, 3.5 houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, ter zitting van 20 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.