Beschikking van 4 december 2018 Behorend bij EJ. nr. AUA201802271 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [verzoeker 1], hierna de vader, [verzoeker 2], hierna de moeder, wonendein Aruba, VERZOEKERS, procederend in persoon. In hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van: [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 27 juli 2018; het advies van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS), ingediend op 30 oktober 2018; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 6 november 2018, waaruit blijkt dat is verschenen de moeder in persoon. Namens de ABS is verschenen mevrouw mr. [vertegenwoordiger]. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Verzoekers zijn de wettelijke vertegenwoordigers van de op [geboortedatum] 2017 in Aruba geboren thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). 2.2 Aan de minderjarige zijn bij haar geboorte de voornamen [voornamen minderjarige] gegeven. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe de voornamen van de minderjarige te wijzigen in de voornaam [gewenste voornamen minderjarige]. 4DE BEOORDELING 4.1 Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Uitgangspunt van de wet (artikel 1:4 lid 2 BWA) is dat de keuze van de voornamen vrij is, zolang deze niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. Het verzoek tot voornaamswijziging is gebaseerd op artikel 1:4 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Dit artikel bepaalt dat op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger een wijziging van de voornaam kan worden gelast door de rechter in eerste aanleg. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. 4.2 Ter onderbouwing van hun verzoek hebben verzoekers aangevoerd dat zij bij de aangifte de correcte naam hebben opgegeven ter inschrijving in het register. Later hebben ze geconstateerd dat de naam niet correct is geschreven en bij beide voornamen de letter ‘E’ was weggelaten. De naam heeft volgens verzoekers grote betekenis, [gewenste voornaam minderjarige] betekent “[betekenis gewenste voornaam minderjarige]” en [gewenste tweede voornaam minderjarige] betekent “[betekenis tweede voornaam minderjarige]”. Ter zitting heeft de moeder verder aangegeven dat het Bijbelse namen zijn. Volgens moeder geeft de Bijbel aan dat als de bevalling van het kind zwaar was, moet men het kind een Bijbelse naam geven. Haar zoon heeft geen Bijbelse naam. De andere tweedochters hebben ook een ‘E’ in hun naam, namelijk [naam zus minderjarige 1] en [naam zus minderjarige 2]. 4.3 De ABS concludeert – zakelijk weergegeven - in haar advies dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt een voldoende zwaarwichtig belang te hebben bij de voornaamswijziging. De ABS betwist dat bij de aangifte de voornamen anders dan de opgave is geregistreerd. Voorts is de ABS uit onderzoek op verschillende websites gebleken dat de namen “[voornaam minderjarige], [gewenste voornaam minderjarige], [tweede voornaam minderjarige] of [gewenste tweede voornaam minderjarige]” niet voorkomen. Als een naam eindigt op “iah” verwijst dit naar Jah of Yah, een ander benaming voor God (https:www.quora.com/What-is-the-naming-convention-for-Hebrew-Biblical-names-ending-in-ah-Sarah-Isaiah-Nehemiah-etc-and-what-are-their-meaning). 4.4 Het gerecht is van oordeel dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er voldoende zwaarwichtig belang bestaat om de wijziging van de voornamen te gelasten. Het enkele gegeven dat verzoekers een andere schrijfwijze van de voornamen [voornaam minderjarige] en [tweede voornaam minderjarige] voor ogen hadden, is daartoe onvoldoende. Verzoekers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de voornamen, zoals thans geregistreerd in het geboorteregister, een andere betekenis hebben. Het Gerecht betrekt daarbij hetgeen de ABS in haar advies naar voren heeft gebracht. In hetgeen verzoekers overigens hebben aangevoerd ziet het Gerecht evenmin voldoende zwaarwichtig belang om wijziging van de voornamen te gelasten. Het gerecht zal het verzoek daarom afwijzen. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van 4 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.