← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:754

Uitspraak van 26 november 2018 Lar nr. AUA201800404 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], APPELLANTE, gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie, gericht tegen: DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK ARUBA, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 21 februari 2017 heeft verweerder appellante meegedeeld dat zij ten onrechte Reparatietoeslag en Extra (RepT+X) heeft ontvangen voor de periode januari 2011 tot en met februari 2017 en dat verweerder deze opgebouwde schuld zal inhouden op haar algemene ouderdomspensioen met ingang van maart

  1. Tegen deze beschikking heeft appellante op 8 maart 2017 bezwaar gemaakt. Bij beschikking van 3 januari 2018 (de bestreden beschikking) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Tegen de bestreden beschikking heeft appellante op 14 februari 2018 beroep bij het gerecht ingesteld. Appellante heeft op 24 april 2018 de gronden waarop haar beroep berust, ingediend. Verweerder heeft op 24 juli 2018 een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 15 oktober
  2. Appellante is bij haar gemachtigde verschenen en verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde en mr. B.M. Every (juriste bij de SVB). De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Feiten 1.1 Appellante is geboren op [datum] 1941 in Aruba en heeft de Nederlandse nationaliteit. 1.2 Appellante heeft op 20 augustus 2001 een aanvraag ingediend om ouderdomspensioen te ontvangen krachtens de algemene ouderdomsverzekering. 1.3 Appellante ontvangt vanaf 1 oktober 2001 een ouderdomspensioen. 1.4 Appellante ontvangt vanaf 1 januari 2011 een reparatietoeslag op haar pensioen. 1.5 Appellante staat ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba. 1.6 Appellante woont in ieder geval sinds 1998 in Las Vegas en verblijft per jaar minder dan drie maanden in Aruba (bij haar zus) en in Curaçao. Geschil 2 In geschil is of appellante gedurende de periode januari 2011 tot en met februari 2017 terecht reparatietoeslag heeft ontvangen. Met name is in geschil of daarvoor vereist is dat appellante daadwerkelijk woonachtig was in Aruba. Appellante beantwoordt deze vraag ontkennend, verweerder bevestigend. Beoordeling 3.1 Op grond van artikel 6 van de Landsverordening reparatietoeslag heeft de persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister en een pensioenuitkering ontvangt, recht op een reparatietoeslag. 3.3 Ingevolge artikel 12, in samenhang met artikel 22, lid 1 van het Landsbesluit bevolkingsregister, geeft het bevolkingsregister de staat der bevolking te kennen en worden in het bevolkingsregister bijgehouden, de gegevens van de personen die hun werkelijke woonplaats in Aruba houden (vgl. College van Beroep 23 januari 2014, CVB nr. 379 van 2013). 3.4 Uit voorgaande bepalingen volgt dat nu appellante gedurende de periode januari 2011 tot en met februari 2017 niet haar werkelijke woonplaats in Aruba had, zij ten onrechte in het bevolkingsregister was ingeschreven. Naar het oordeel van het gerecht brengt dit mee dat belanghebbende gedurende die periode geen recht had op reparatietoeslag. Verweerder is mitsdien gerechtigd om met ingang van maart 2017 de onverschuldigd uitgekeerde reparatietoeslag over de periode januari 2011 tot en met februari 2017 in te houden op het ouderdomspensioen. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2018, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht. U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  3. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  4. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de dag van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.