← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:767

Vonnis van 12 december 2018 Behorend bij A.R. AUA201702869 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V, te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Island Finance, gemachtigde: mr. M.E.D. Brown, tegen: [gedaagde], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. S.O.R.’G Faarup. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de mededeling ter rolle dat wordt afgezien van conclusie van dupliek. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Island Finance vordert, na wijziging van eis, betaling van Afl. 13.867,50 vermeerderd met 1,4% overeengekomen rente per maand vanaf 28 februari 2017 tot een maximum van Afl. 11.644,63 en na het bereiken van dit maximum vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag de voldoening, alsmede 15% buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, het beslag daaronder begrepen. 2.2 Aan haar vordering legt Island Finance ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis uit hoofde van een geldleningsovereenkomst. 2.3 De gewijzigde eis is door [gedaagde] niet bestreden. 2.4 Achter de conclusie van repliek bevindt zich een schuldbekentenis, die is opgemaakt op 30 oktober 2018, hangende de procedure. Daarin is onder art. 1, eerste gedachtestreepje opgenomen tot welk bedrag de vordering zal worden verminderd, maar ook “Verder zal Island Finance afstand doen van de eerder gevorderde gerechtskosten en beslagkosten.” Tegenover de regeling ziet [gedaagde] af van verder verweer. 2.5 Geconstateerd moet worden dat Island Finance, in weerwil van de hiervoor beschreven afspraak, wel om een kostenveroordeling vraagt. Dit deel van de gewijzigde vordering is verder niet toegelicht en is ook niet te begrijpen in het licht van de gemaakte afspraken, zoals verwoord in de door Island Finance overgelegde schuldbekentenis. Het Gerecht gaat ervan uit dat Island Finance zich wil houden aan de schuldbekentenis, die ook door haar (gemachtigde) is ondertekend en dat de gewijzigde vordering, voor zover betrekking hebbend op de gerechtskosten op een vergissing berust. Het Gerecht zal dit deel dan ook afwijzen. De buitengerechtelijke kosten worden ambtshalve gematigd tot het bij het Hof gebruikelijke tarief, in casu Afl. 1.500,-. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Island Finance tot betaling van Afl. 13.867,50 vermeerderd met 1,4% overeengekomen rente per maand vanaf 28 februari 2017 tot een maximum van Afl. 11.644,63 en na het bereiken van dit maximum vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag de voldoening, alsmede tot een bedrag van Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke kosten; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 12 december 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.