← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:823

Uitspraak van 29 oktober 2018 Lar nr. AUA201802118 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek ex artikel 53 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [verzoekster], gevestigd in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigden: de advocaat mr. E.R. Zeppenfeldt, gericht tegen: de minister van Onderwijs, Wetenschap en Duurzame Ontwikkeling, zetelende in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Bij uitspraak van dit gerecht van 16 oktober 2017 (LAR AUA201701152) is onder andere het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het gemaakte bezwaar vernietigd en is bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beschikking geeft op het bezwaar van verzoekster. Op 16 juli 2018 heeft verzoekster onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar ingediend. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. 2.2 Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 16 oktober 2017. 2.3 Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoekster heeft beslist. Verweerder heeft derhalve geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraak. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoekster te nemen binnen een termijn van twee maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom. 2.4 Nu verzoekster met recht onderhavig verzoek heeft gedaan en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt door met gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 500,-. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekster; - bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoekster verbeurt van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft om na bovengenoemde termijn van twee maanden een nieuwe beslissing te nemen, met een maximum van Afl. 25.000; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoekster voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-. Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.