← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2018:826

Uitspraak van 29 oktober 2018 AUA201802965 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [verzoeker], verblijvend in Aruba, VERZOEKER, gemachtigde: dhr. J.J.C. Odor, gericht tegen: De Minister van Justitie, Veiligheid en Immigratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 12 september 2018 heeft verweerder het verzoek van verzoeker om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als rentenier in Aruba te verblijven, afgewezen. Bij bezwaarschrift van 19 september 2018 heeft verzoeker daartegen bezwaar gemaakt. Op 24 september 2018 heeft verzoeker het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het gerecht heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 oktober 2018, alwaar is verschenen verzoeker bij zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN

  1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
  2. Niet is gebleken dat verzoeker een (voldoende) spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden dat hij onevenredig nadeel ondervindt doordat hij hier niet rechtsgeldig verblijft en hierdoor mogelijkerwijs verwijderd kan worden, acht het gerecht vooralsnog onvoldoende om enig spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorzieningen aan te nemen. Gesteld noch gebleken is dat verzoeker met onmiddellijke verwijdering wordt bedreigd. Aan verzoeker is namelijk geen bevel inbewaringstelling en/of bevel verwijdering afgegeven c.q. aangezegd. Verzoeker heeft geen nadere omstandigheden aangevoerd waarmee aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een (ander) spoedeisend belang. Onder deze omstandigheden acht het gerecht het verzoek om een voorlopige voorziening niet voor inwilliging vatbaar.
  3. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.
  4. BESLISSING De rechter in dit gerecht: wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.