Uitspraak van 6 december 2018 behorende bij CVB nr. 1020 van 2016/ AUA201600367 COLLEGE VAN BEROEP op het beroep in de zin van de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van: [ X ], wonende in Aruba, APPELLANT, procederende in persoon, tegen de beslissing d.d. 1 april 2016 van DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, VERWEERDER, hierna te noemen: de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Bij beslissing van 1 april 2016 (hierna: de bestreden beslissing) heeft de bank besloten dat appellant geen ziekengeld toegekend zal krijgen over de periode van 3 tot en met 17 januari 2017, aangezien appellant zich pas op 18 januari 2016 arbeidsongeschikt heeft gemeld. 1.2 Tegen de bestreden beslissing heeft appellant op 10 mei 2016 beroep aangetekend. 1.3 Op 19 juli 2016 heeft de bank een verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 24 augustus 2017 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren appellant in persoon en namens de bank mr. B. Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. 1.5 Uitspraak is nader bepaald op heden. 2DE OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 2.1 De bank heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellant wegens termijnoverschrijving, en heeft daartoe aangevoerd dat appellant het beroepschrift na verloop van de beroepstermijn heeft ingediend. 2.2 Appellant gaf tijdens de behandeling aan dat hij het beroepschrift niet eerder dan op 10 mei 2016 kon indienen gezien zijn slechte medische staat en omdat hij nog in afwachting was van een politierapport die hij samen met het beroepschrift wilde indienen. 2.3 Ingevolge artikel 10 lid 1 van de LvZv is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist. 2.4 Niet in geschil is dat de bestreden beslissing van 1 april 2016, door appellant op 4 april 2016 is ontvangen. Gelet op het bovenstaande is de beroepstermijn van drie weken na dagtekening van de beslissing, op 24 april 2016 verstreken. Appellant heeft het beroepschrift ingediend op 10 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.