Parketnummer: P-2018/04683 Zaaknummer: 595 van 2018 Uitspraak: 13 december 2018 Verstek Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats]. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.E. Yarzagaray, advocaat in Aruba. De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf
(5)jaren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de onder de verdachte in beslag genomen drugs en patroon. Haar vordering behelst verder de teruggave aan de verdachte van de onder hem in beslag genomen mobiele telefoon. De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2018 tot en met 6 mei 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft ingevoerd al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad. 3Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Bewezenverklaring Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande: dat hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2018 tot en met 6 mei 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft ingevoerd al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad. 5Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht. 6Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A en C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht; Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten. 7Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. 8Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van invoer van een grote hoeveelheid hennep (bijna 10 kilo) en het in bezit hebben van hennep(planten) thuis. Gelet op de hoeveelheid verdovende middelen is duidelijk dat deze bestemd waren voor de handel. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn, met alle gevolgen voor de gebruikers en de maatschappij van dien. De verspreiding en handel in verdovende middelen gaan gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder het plegen van strafbare feiten van uiteenlopende aard door de gebruikers, ter financiering van hun behoefte aan het door hen gebruikte middel. De verdachte heeft zich hiervan geen rekenschap gegeven. De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder veroordeeld voor een misdrijf. De raadsman heeft verzocht om het jeugdstrafrecht toe te passen. Het Gerecht acht echter geen grond in de persoonlijkheid van de verdachte noch de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan om het jeugdstrafrecht toe te passen. Het Gerecht is, alles afwegende, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan een misdrijf schuldig te maken. 9In beslag genomen voorwerpen Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. A. Verbeurdverklaring De onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoon van het merk [merk en model mobiele telefoon] is vatbaar voor verbeurdverklaring. Het voorwerp behoort immers toe aan de verdachte en met behulp daarvan is het bewezenverklaarde begaan of voorbereid. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten. B. Onttrekking aan het verkeer De onder de verdachte inbeslaggenomen verdovende middelen met verpakking zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft voorwerpen met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. Het ongecontroleerde bezit daarvan is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer. C. Niet in staat te beslissen Artikel 397, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het Gerecht de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen gelast voor zover deze niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, tenzij het Gerecht verklaart tot het afgeven van een zodanige last niet in staat te zijn. Weliswaar wordt de verdachte wegens een strafbaar feit veroordeeld, maar de in beslag genomen patroon heeft met dat feit geen relatie en kan evenmin dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Daarom kan het desbetreffende voorwerp niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer. Aangezien de verdachte niet gerechtigd is om het voorwerp voorhanden te hebben, zou teruggave daarvan een strafbaar feit opleveren. Gelet daarop zal het Gerecht op dit punt geen beslissing nemen en verklaren dat het tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is. D. Teruggave aan de verdachte Het Gerecht zal de teruggave gelasten aan de verdachte van de overige onder hem in beslag genomen voorwerpen, nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring danwel onttrekking aan het verkeer. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zevenhonderdentwintig
(720)dagen; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot zevenhonderdvijf
(705)dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van drie
(3)jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; verklaart verbeurd het in rubriek 9A genoemde voorwerp; beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen; verklaart ten aanzien van het in rubriek 9C genoemde voorwerp dat het Gerecht tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is; gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9D genoemde voorwerpen; Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 13 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba. uitspraakgriffier: