Uitspraak van 7 januari 2019 Lar nr. AUA201801251 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, gemachtigde Aurelia Alexis, gericht tegen: de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Appellant heeft op 27 januari 2017 bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen van verweerder van 13 januari 2017 waarin de verzoeken om een verblijfsvergunning voor zijn kinderen op grond van gezinshereniging, zijn afgewezen. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaarschriften heeft appellante op 9 mei 2018 beroep ingesteld bij het gerecht. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het beroep strekt ertoe de fictieve beslissingen op de bezwaarschriften te vernietigen en te bepalen dat verweerder een reële beslissing zal nemen op de bezwaarschriften. 2.2 Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaarschriften. Nu is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan zijn bevoegdheid, neergelegd in artikel 19, tweede lid, van de Lar, tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen vierentwintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 17 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.