Beschikking van 12 maart 2019 behorend bij EJ nr. AUA201803176 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: DE VOOGDIJRAAD, gevestigd in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd. en [naam VERWEERDER], wonende in Aruba, [adres], VERWEERDER, hierna te noemen de vader, in persoon. Belanghebbende: [NAAM BELANGHEBBENDE], de moeder. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 9 oktober 2018, de producties van de man, ingediend op 22 januari 2019, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 22 januari 2019, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was [naam VERTEGENWOORDIGER] en dat de moeder en de vader in persoon zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN De thans nog minderjarige [naam MINDERJARIGER] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2012 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder. Zij is erkend door de vader. 3HET VERZOEK 3.1 Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 1 november 2018 een bedrag van Afl. 400,- per maand te betalen. Daartoe wordt gesteld dat de vader voldoende draagkrachtig is. 3.2 De vader heeft ter zitting verzocht een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige vast te stellen. 4DE BEOORDELING 4.1 Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 De vader voert draagkrachtverweer, en verzoekt zijn bijdrage in de kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige vast te stellen op Afl. 250,- per maand. De moeder heeft niet ingestemd met dit bedrag. 4.3 Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie. 4.4 De kosten van verzorging en opvoeding 4.4.1 Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per maand bedraagt. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten van kleding en die van recreatie, zodat met de door de moeder via de Voogdijraad opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de kosten niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de kinderen die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,- (zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang). 4.4.2 Het gerecht zal rekening houden met de onbetwiste posten “opvang” ad Afl. 100,- per maand en “vervoer” ad Afl. 200.- per maand nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt door de moeder. 4.4.3 Gelet op het vorenstaande kunnen de kosten van de minderjarige worden vastgesteld op Afl. 750,- per maand, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen. 4.5 De draagkracht van de moeder 4.5.1 De moeder werkt via een uitzendbureau en verdient rond Afl. 10,- per uur. Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij een gemiddeld netto-maandloon heeft van afgerond Afl. 1.748,-. 4.5.2 Wat betreft de vaste lasten houdt het gerecht rekening met de door haar opgevoerde en door de vader onbetwiste posten “levensmiddelen” ad Afl. 200,-, “motorvoertuigbelasting” ad Afl. 26,50, “verzekeringen” ad Afl. 60,67, “Island Finance” ad Afl. 357,75, “Casi Nobo-lening” ad Afl. 100,-, ‘transport’ ad Afl. 150,-, en“bijdrage in huishouden” ad Afl. 250,-. 4.4.4 De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 1.144,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.