Vonnis van 27 maart 2019 Behorend bij K.G. AUA201900466 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: de naamloze vennootschap CATASHI HOLDING N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Catashi, gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena, tegen: [gedaagde], wonende Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit -het verzoekschrift met producties; -de beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden gehouden op de terechtzitting van vrijdag 8 maart 2019 om 09:30 uur. 1.2 Catashi is ter terechtzitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. [manager] (manager bij Catashi). Hoewel deugdelijk opgeroepen is [gedaagde] niet ter zitting verschenen. Tegen hem is daarom verstek verleend. Catashi heeft ter zitting onder overlegging van een nadere productie gepersisteerd in het door haar gestelde en verzochte. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Catashi heeft gesteld en gevorderd zoals omschreven in haar verzoekschrift 2.2 [ gedaagde] heeft geen verweer gevoerd. 3DE BEOORDELING 3.1 Het spoedeisend belang van Catashi bij de door haar verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Nu [gedaagde] de geldvordering van Catashi en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet heeft bestreden, kan redelijkerwijze en om proceseconomische redenen niet van Catashi worden gevergd om die vordering ter beoordeling aan de bodemrechter voor te leggen. 3.2 [ gedaagde] heeft de vorderingen van Catashi en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet bestreden. Die vorderingen, die overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, zullen daarom worden toegewezen als na te melden met inachtneming van het navolgende. 3.3 Op grond van redelijkheid en billijkheid zal aan [gedaagde] een ontruimingstermijn worden gegund van twee weken. Gesteld noch is gebleken dat [gedaagde] niet in staat is om het van Catashi gehuurde woning binnen die termijn te ontruimen. 3.4 [ gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Catashi, tot aan deze uitspraak begroot op (450,- + 238,50 =) Afl. 688,50 aan verschotten (griffiegelden en kosten van oproeping) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde. 4DE BESLISSING Het Gerecht, rechtdoende in kort geding bij verstek: -beveelt [gedaagde] om binnen veertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.