← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:200

Vonnis van 3 april 2019 (bij vervroeging) Behorend bij A.R. 1649 van 2017 / AUA201701896 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ELJO CONSTRUCTION & REAL ESTATE N.V., gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: Eljo, gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels, tegen: [gedaagde], wonende te Frankrijk, volgens Eljo te [adres], hierna ook te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 2 mei 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -de schriftelijke rolbeschikking van dit Gerecht van 6 juni 2018; -de zijdens de Directie Wetgeving en Juridische Zaken bij brief van 22 november 2018 verkregen informatie; -de akte zijdens Eljo. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen. 2.2 Bij brief van 22 november 2018 is door de griffier informatie verkregen van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ). Daaruit blijkt dat DWJZ het deurwaardersexploot van 21 juni 2018 per aangetekende post heeft verstuurd naar het door Eljo opgegeven adres van [gedaagde] in Frankrijk, doch dat de stukken werden geretourneerd met de mededeling dat dit adres niet bekend is bij de Franse posterijen. 2.3 De stelling van Eljo, dat het versturen door DWJZ van het deurwaardersexploot zoals hiervoor omschreven ruim voldoende is om [gedaagde] gedegen in kennis te stellen van de situatie en haar in staat te stellen om te dezen in rechte te verschijnen, is naar het oordeel van het Gerecht in het licht van voormeld handelen en voormelde mededeling van de Franse posterijen zonder nadere uitleg - die evenwel ontbreekt - onbegrijpelijk. Die stelling wordt daarom gepasseerd. Niet valt onder de hiervoor onder 2.2 omschreven omstandigheden in te zien dat [gedaagde] gedegen in kennis is gesteld van de situatie en aldus in staat moet worden geacht om te dezen in rechte te verschijnen. 2.4 Vorenstaande brengt met zich dat naar het oordeel van het Gerecht wederom niet is voldaan aan de te dezen van toepassing zijnde betekeningsvoorwaarden van het Haags Betekeningsverdrag 1965. 2.5 Nu Eljo bij akte heeft verklaard dat zij - zo het Gerecht begrijpt - wat betreft de oproeping van [gedaagde] niet meer kan ondernemen dan dat zij tot nog toe heeft gedaan, luidt de slotsom dat verstekverlening moet worden geweigerd, en dat de zaak ambtshalve van de rol wordt afgevoerd. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een ander oordeel kunnen dragen. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: -weigert om jegens [gedaagde] verstek te verlenen; -voert de zaak ambtshalve af van de rol. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 april 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.