Vonnis van 10 april 2019 Behorend bij K.G. AUA201900489 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: 1[naam eiseres 1], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [eiseres 1], procederend in persoon, en: 2[naam eiser 2], wonende in Canada, hierna ook te noemen: [eiser 2], gemachtigde: mw. [naam eiseres 1] (krachtens schriftelijke door [eiser 2] uitgeschreven volmacht), eisers, hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers], tegen: [naam gedaagde], wonende Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit -het verzoekschrift met producties; -de beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden gehouden op de terechtzitting van vrijdag 8 maart 2019 om 10:30 uur. 1.2 [ eiseres 1] is in persoon en [eiser 2] is bij zijn gemachtigde ter terechtzitting verschenen. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben ter zitting over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ [eisers] hebben gesteld en gevorderd zoals omschreven in hun verzoekschrift. 2.2 [ gedaagde] heeft verweer gevoerd. 3DE BEOORDELING 3.1 Het spoedeisend belang van [eisers] bij de door hen verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. 3.2 [ gedaagde] heeft de vorderingen van [eisers] en de daaraan ten gronde gelegde stellingen onvoldoende onderbouwd bestreden, waardoor vast komt te staan dat [gedaagde] al geruime tijd zonder recht of titel in de aan [eisers] in eigendom toebehorende woning/appartement verblijft. De omstandigheid dat [gedaagde] elders geen woning kan bemachtigen, komt en blijft voor zijn rekening en risico. Nu in een bodemprocedure een gelijk oordeel valt te verwachten, zal de ontruimingsvordering van [eisers] worden toegewezen met inachtneming van het navolgende. 3.3 Dwangsommen zullen gematigd en gemaximeerd worden opgelegd aan [gedaagde] als na te melden. 3.4 [ gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij binnen een termijn van vier weken de ontruiming van voormelde woning kan realiseren. Op grond van redelijkheid en billijkheid zal aan [gedaagde] die ontruimingstermijn worden gegund. 3.5 De door [eiseres 1] verzochte machtiging om bij gebreke daarvan zelf de ontruiming van bedoelde woning te bewerkstelligen, desnoods met behulp van politie en justitie, zal niet worden gegeven omdat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein van de deurwaarder betreft. 3.6 [ gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eisers], tot aan deze uitspraak begroot op (450,- + 250,-- + 250,-- =) Afl. 950,-- aan verschotten (griffiegelden en kosten van oproepingen) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde. 4DE BESLISSING Het Gerecht, rechtdoende in kort geding: -beveelt [gedaagde] om binnen vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.