← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:276

Beschikking van 14 mei 2019 behorend bij E.J. nr. AUA201804008 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op vordering van HET OPENBAAR MINISTERIE, in Aruba, vertegenwoordigd door de officier van justitie, om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad van de minderjarige: [Naam minderjarige dochter], geboren op 15 december 2002 in Nederland, van wie de ouders zijn: [Naam], de moeder, wonende in Aruba, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. de Sousa-Croes en [Naam vader], de vader, wonende in Nederland, niet verschenen. 1DE VERDERE PROCEDURE Bij beschikking van 5 februari 2019 is de uitspraak in deze zaak bepaald op 19 maart 2019. Bij beschikking van 19 maart 2019 is het onderzoek heropend en is de minderjarige uitgenodigd om alsnog te gehoord. Op 2 april 2019 heeft de rechter met de minderjarige gesproken. Hierna is de uitspraak bepaald op heden. 2DE BEOORDELING 2.1 Bij de beschikking van 5 februari 2019 heeft het gerecht reeds overwogen dat op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. Verder is overwogen dat ingevolge artikel 1:272, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, wat hier het geval is, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders kan bevelen, hetzij een van de beschikkingen kan geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. 2.2 De minderjarige heeft tijdens het gesprek te kennen gegeven dat ze niet terug naar huis wil, omdat - kort gezegd - ze zich daar niet veilig voelt. Het liefst wil ze samen met haar zoontje naar Nederland en aldaar opgevangen worden in een tienermoederhuis. De voogdijraad heeft met de tienermoederopvang FIER in Nederland geregeld dat de minderjarige aldaar kan worden opgevangen. 2.3 Gelet hierop, op de overgelegde stukken en op het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige maatregel aannemelijk zijn geworden en dat het in het belang van de is dat de moeder voor de duur van zes maanden, geheel in de uitoefening van het gezag over haar wordt geschorst. 3DE BESLISSING Het gerecht: schorst de moeder [naam moeder], uit het gezag welke heeft over de minderjarige: [naam minderjarige dochter], geboren op [datum] 2002 in Nederland, vertrouwt de voorlopig toe aan de voogdijraad, bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven tot zes maanden na dagtekening van deze beschikking, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 14 mei 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.